ECLI:NL:RVS:2025:764
Raad van State
- Rechtspraak.nl
Afweging onderscheid algemeen verbindend voorschrift en concretiserend besluit van algemene strekking bij wijziging Regeling zorgverzekering
Deze conclusie behandelt het onderscheid tussen een algemeen verbindend voorschrift (AVV) en een concretiserend besluit van algemene strekking (CBAS), cruciaal voor de toegang tot de bestuursrechter. De zaak betreft de wijziging van een bijlage van de Regeling zorgverzekering (Rzv) waarbij het geneesmiddel Isturisa® (osilodrostat) werd geplaatst in bijlage 1A. De minister betoogt dat dit een AVV betreft, terwijl Recordati stelt dat het een CBAS is.
De rechtbank oordeelde dat het besluit geen zelfstandige normstelling bevat en dus een CBAS is. De minister ging hiertegen in hoger beroep. De conclusie bespreekt uitgebreid de herkomst van het CBAS, de betekenis van het AVV, en de criteria die in rechtspraak en literatuur worden gehanteerd, zoals het criterium van zelfstandige normstelling en het materiële en formele verknooptheidscriterium.
De conclusie constateert dat het criterium van zelfstandige normstelling niet rechtstreeks uit wet of wetsgeschiedenis volgt, maar een ontwikkeling is in rechtspraak en literatuur. De functie van het CBAS is tegenwoordig vooral gelegen in het bieden van bestuursrechtelijke rechtsbescherming. De conclusie vergelijkt de bestuursrechtelijke rechtsbescherming tegen een CBAS met de civielrechtelijke rechtsbescherming tegen een AVV, waarbij wordt vastgesteld dat inhoudelijk de toetsingsintensiteit en rechtsbescherming vergelijkbaar zijn, maar dat de bestuursrechter een laagdrempeliger toegang biedt.
Voordelen en nadelen van het aannemen van een CBAS worden besproken, zoals de gespecialiseerde bestuursrechter en de formele rechtskracht die een CBAS krijgt, waardoor het na het verstrijken van termijnen onaantastbaar kan worden. De conclusie pleit voor continuering van de huidige rechtspraak met mogelijke begrenzingen, en benadrukt het belang van rechtsbescherming en de gevolgen voor de rechtsgang.
Uitkomst: De wijziging van de bijlage van de Regeling zorgverzekering wordt aangemerkt als een concretiserend besluit van algemene strekking en niet als een algemeen verbindend voorschrift.