ECLI:NL:RVS:2003:AN8341
Raad van State
- Hoger beroep
- C.M. Ligtelijn-van Bilderbeek
- J.A.M. van Angeren
- T.M.A. Claessens
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen weigering erkenning sportgeneeskunde als medisch specialisme
Op 12 februari 2001 heeft het Centraal College Medische Specialismen (CCMS) geweigerd de sportgeneeskunde aan te wijzen als medisch specialisme, een besluit dat door de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport is goedgekeurd. De rechtbank Utrecht verklaarde het beroep tegen deze besluiten niet-ontvankelijk, omdat het niet erkennen van de sportgeneeskunde als medisch specialisme werd gezien als onderdeel van een samenstel van algemeen verbindende voorschriften waartegen geen beroep mogelijk is.
De Raad van State oordeelt echter dat de Regeling inzake de opleiding en registratie van specialisten, op grond waarvan het CCMS handelt, een privaatrechtelijke regeling is met een beperkt publiekrechtelijk rechtsgevolg, en dat het besluit van het CCMS geen algemeen verbindend voorschrift is. Hierdoor staat artikel 8:2 van Pro de Algemene wet bestuursrecht het instellen van beroep niet in de weg.
De Raad van State verklaart het hoger beroep gegrond, vernietigt de uitspraak van de rechtbank en wijst de zaak terug voor inhoudelijke beoordeling. Tevens worden het CCMS en de Minister hoofdelijk veroordeeld in de proceskosten van appellante.
Uitkomst: Het hoger beroep is gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en de zaak terugverwezen naar de rechtbank voor inhoudelijke beoordeling.