ECLI:NL:HR:2004:AO3167
Hoge Raad
- Cassatie
- P. Neleman
- D.H. Beukenhorst
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- A. Hammerstein
- P.C. Kop
- Rechtspraak.nl
Beoordeling formele rechtskracht intrekkingsbesluit subsidie Gemeente Den Haag
De zaak betreft een geschil tussen eiser en de Gemeente Den Haag over de terugvordering van ten onrechte ontvangen subsidies ter hoogte van ƒ 515.574,--. De Gemeente had het subsidie-besluit ingetrokken en vorderde terugbetaling via de burgerlijke rechter. De rechtbank en het hof wezen de vordering toe en bevestigden de formele rechtskracht van het bestuursrechtelijke intrekkingsbesluit.
Eiser stelde dat in de bestuursrechtelijke procedure fundamentele procesrechten waren geschonden, met name door het niet horen van getuigen, en dat daardoor een uitzondering op de formele rechtskracht van het intrekkingsbesluit gerechtvaardigd was. De Hoge Raad oordeelde echter dat de bestuursrechter niet verplicht is getuigen te horen en dat het niet horen van getuigen geen schending van fundamentele rechtsbeginselen inhoudt.
De Hoge Raad benadrukte dat de bestuursrechtelijke en burgerlijke procedures eigen procesregels kennen en dat de burgerlijke rechter de formele rechtskracht van het bestuursrechtelijke besluit moet respecteren, tenzij sprake is van een fundamentele schending. De klacht van eiser werd verworpen en het beroep in cassatie afgewezen.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt verworpen en de formele rechtskracht van het intrekkingsbesluit blijft onverminderd van kracht.