ECLI:NL:HR:2004:AO8913
Hoge Raad
- Cassatie
- R. Herrmann
- J.B. Fleers
- D.H. Beukenhorst
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- P.C. Kop
- F.B. Bakels
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt onmogelijkheid rechterlijk bevel tot intrekking provinciale verordening in strijd met Flora- en faunawet
De Stichting De Faunabescherming vorderde in kort geding de intrekking van de provinciale verordening schadebestrijding dieren Fryslân, vastgesteld door Provinciale Staten van Friesland op grond van de Flora- en faunawet. De Stichting stelde dat de verordening op vrijwel alle onderdelen in strijd was met deze wet en met Europese natuurbeschermingsrichtlijnen, waardoor deze onrechtmatig was jegens haar.
De voorzieningenrechter wees de vordering af, hetgeen het hof bekrachtigde. De Stichting stelde daarop beroep in cassatie in bij de Hoge Raad. Deze oordeelde dat de rechter in kort geding niet bevoegd is een veroordeling tot intrekking van een provinciale verordening uit te spreken, omdat dit een ongeoorloofde inmenging in de politieke besluitvorming en belangenafweging door provinciale staten zou betekenen.
De Hoge Raad verwees naar eerdere jurisprudentie waarin werd vastgesteld dat de rechter ook geen bevel kan geven tot het tot stand brengen van formele wetgeving. Dit geldt ook voor provinciale verordeningen, ook indien deze in strijd zijn met Europese richtlijnen. Het arrest bevestigt daarmee het staatsrechtelijke principe dat rechterlijke macht en politieke besluitvorming gescheiden zijn, en dat intrekking van wetgeving een politieke en geen rechterlijke taak is.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en veroordeelde de Stichting in de proceskosten. Hiermee blijft de provinciale verordening van kracht ondanks de gestelde strijdigheid met de Flora- en faunawet en Europese regelgeving.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt dat de rechter geen bevel kan geven tot intrekking van de provinciale verordening.