ECLI:NL:CRVB:2016:4872
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling herhaalde aanvraag bijzondere bijstand tijdens detentie en consistentie buitenwettelijk beleid
Appellant, een bijstandsgerechtigde met onderbrekingen door detentie, vroeg bijzondere bijstand aan voor doorbetaling van huur tijdens zijn detentieperiode. Het college van burgemeester en wethouders van Utrecht verleende eerder bijzondere bijstand voor een eerdere detentieperiode, maar wees een latere aanvraag af op grond van het buitenwettelijk begunstigend beleid en het ontbreken van zeer dringende redenen.
Appellant maakte bezwaar tegen het afwijzingsbesluit en tegen een e-mailbericht waarin het college leenbijstand voor huurachterstand afwees. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het college het beleid consistent had toegepast en dat het e-mailbericht geen besluit was.
In hoger beroep betoogde appellant dat het preventiebeleid van het college in de besluitvorming betrokken had moeten worden en dat het e-mailbericht als een besluit moest worden gezien. De Raad bevestigde dat het college het buitenwettelijk beleid consistent heeft toegepast en dat er geen ruimte is voor beoordeling op basis van het preventiebeleid.
De Raad oordeelde echter dat het e-mailbericht wel een besluit is en dat het bezwaar ten onrechte niet-ontvankelijk is verklaard. Daarom draagt de Raad het college op binnen zes weken alsnog een inhoudelijke beslissing te geven op de herhaalde aanvraag bijzondere bijstand, conform de nieuwe jurisprudentie over herhaalde aanvragen.
Uitkomst: Het college wordt opgedragen binnen zes weken alsnog inhoudelijk te beslissen op de herhaalde aanvraag bijzondere bijstand.