ECLI:NL:RVS:2000:AA4601
Raad van State
- Hoger beroep
- W.M.G. Eekhof-de Vries
- C. de Gooijer
- C.A. Terwee-van Hilten
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over opheffing Bloemenmarkt en belanghebbendenstatus rechtsopvolgers
De zaak betreft het besluit van de gemeenteraad van Amsterdam om de Bloemenmarkt op te heffen en de gevolgen daarvan voor de betrokken markthandelaren en sollicitanten. De raad had besloten de markt op te heffen en burgemeester en wethouders hadden besluiten genomen over de intrekking van bepalingen omtrent de marktplaats, dagen en uren. De rechtbank verklaarde het beroep van A niet-ontvankelijk en vernietigde besluiten van burgemeester en wethouders.
In hoger beroep oordeelt de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State dat A als rechtsopvolgster onder algemene titel wel belanghebbende is en ontvankelijk in het beroep. De brief van 13 februari 1995 waarin sollicitantennummers vervallen werden medegedeeld, is geen besluit in de zin van de Awb maar een feitelijke mededeling. De intrekkingsbesluiten van de raad en burgemeester en wethouders zijn besluiten van algemene strekking, geen algemeen verbindende voorschriften.
De Raad van State stelt dat de raad bevoegd was de markt op te heffen en dat de keuze voor een privaatrechtelijk stelsel voor uitgifte in erfpacht niet onredelijk is. De belangen van de sollicitantenlijst zijn onzeker en vormen geen grond voor nadeelcompensatie. De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd en de beroepen worden ongegrond verklaard. Het betaalde griffierecht wordt terugbetaald.
Uitkomst: De beroepen van A, B en de Centrale Vereniging voor de Ambulante Handel worden ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.