Uitspraak
1.Geding in cassatie
Familieleden:de echtgenoot, de geregistreerde partner dan wel een andere levensgezel van het slachtoffer, de bloedverwanten in rechte lijn, de bloedverwanten in de zijlijn tot en met de vierde graad en de personen die van het slachtoffer afhankelijk zijn;
genoemdepersoon ten gevolge van het strafbare feit is overleden, kunnen zich voegen diens erfgenamen
ter zakevan hun onder algemene titel verkregen vordering en de personen, bedoeld in artikel 108, eerste
toten
met vierdelid, van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek
ter zake van de daar bedoelde vorderingen. Indien de in het eerste lid genoemde persoon ten gevolge van het strafbare feit letsel heeft, kunnen zich voegen de personen, bedoeld in artikel 107, eerste lid, onder a en b, van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek ter zakevan de daar bedoelde vorderingen.”
diens nabestaandende personen genoemdin
de zin vanartikel 51f, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering. De staat keert een ontvangen bedrag onverwijld uit aan het slachtoffer of
diens nabestaandende personen genoemd in artikel 51f, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering.
de in de slotzin vanhet
slachtoffer dateerste lid genoemde personen, diegeen rechtspersoon
iszijn. Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat deze uitkering gedurende een in deze algemene maatregel van bestuur te bepalen tijd wordt beperkt tot slachtoffers van gewelds- en zedenmisdrijven. Bij algemene maatregel van bestuur kan tevens worden bepaald dat aan de uit te keren bedragen een bovengrens van € 5 000 of hoger wordt gesteld met dien verstande dat deze bovengrens niet geldt voor de uitkering aan slachtoffers van een gewelds- of zedenmisdrijf. De staat verhaalt het uitgekeerde bedrag, alsmede de krachtens het vierde lid ingetreden verhogingen, op de veroordeelde.
art. 6:106, aanhef en onder b, BW is niet reeds sprake bij de enkele schending van een fundamenteel recht. [17]
1 januari 2019 in het strafproces kunnen voegen ter zake van de kosten die zij ten behoeve van het slachtoffer hebben gemaakt, de zogenoemde ‘verplaatste schade’ zoals bedoeld in art. 6:107, eerste lid onder a, BW. Dit betreft kosten die het slachtoffer, als niet de derde maar hijzelf deze zou hebben gemaakt, van de verdachte had kunnen vorderen; in de wetsgeschiedenis worden als voorbeelden genoemd de reparatiekosten van een fiets, die de ouders voor hun rekening nemen na een ongeval van hun kind, en de kosten die ouders hebben gemaakt voor de medische behandeling en begeleiding van een misbruikt kind. [20]
Burgerlijk Wetboek te berekenen – wettelijke rente vorderen over het bedrag dat zij aan schade heeft geleden; dit kan op het voegingsformulier (of het bijbehorende schadeonderbouwingsformulier), bij aparte brief of mondeling ter zitting in eerste aanleg. De benadeelde partij moet uitdrukkelijk aanspraak maken op de wettelijke rente; de rechter kan deze rente niet ambtshalve toewijzen. [22] In beginsel is de wettelijke rente ingevolge
art. 6:83, aanhef en onder b, BW zonder ingebrekestelling verschuldigd vanaf het moment waarop de schade die het gevolg is van de onrechtmatige daad van de verdachte, is ingetreden. [23]
3.Beoordeling van het middel
12 april 2013 kwam mijn vrouw bij mijn woning aan de [a-straat 1] te Utrecht aan. Zij zag dat de woning was gebruikt voor een hennepkwekerij. Ikkan de goederen die vernield zijn als volgt beschrijven. Op de begane grond is de voordeur opengebroken. In twee deuren op de begane grond zijn vijf sloten vernield. Ik zag dat de trap vanaf de begane grond naar de eerste verdieping kapot was. Ik zag dat de verf van de trap was en dat er gaten in de trap zaten. Ik zag dat op de eerste etage de vloer was opgebold. Ik zag dat de planken omhoog waren gebogen. Ik zag dat op de eerste etage aan zeventien muren beschadigingen waren. Ik zag dat in de slaapkamer een gat van ongeveer 10 bij 10 centimeter was geboord naar de meterkast. Ik zag dat in de hobbykamer het behang kapot was en dat de vloerbedekking kapot was. Ik zag dat de deur van het washok kapot was. Ik zag dat in de badkamer de tegelvloer beschadigd was. Ik zag dat de trap tussen de eerste en tweede etage kapot was. Ik zag dat de verf van de trap af was en dat één spijl niet meer aan de trap zat. Ik zag dat op de tweede etage het behang beschadigd was.”
€ 650,-.
[betrokkene 1] als benadeelde partij. Het heeft daartoe het volgende overwogen:
4.Ambtshalve beoordeling van de bestreden uitspraak
lid, EVRM is overschreden. Dit moet leiden tot vermindering van de aan de verdachte opgelegde taakstraf van 150 uren, subsidiair 75 dagen hechtenis.
5.Beslissing
28 mei 2019.