ECLI:NL:CBB:2019:621
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek om aanvullende schadevergoeding voor ten onrechte in bewaring genomen huisdieren
Verzoeker heeft bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven een verzoek ingediend om aanvullende schadevergoeding wegens het onrechtmatig in bewaring nemen van zijn hond, katten en kittens. Verweerder erkende dat de dieren ten onrechte in bewaring waren genomen en kende eerder een schadevergoeding toe op basis van standaard marktwaarden.
Verzoeker stelde dat de werkelijke waarde van zijn dieren aanzienlijk hoger was dan de toegekende bedragen en vorderde ook vergoeding van immateriële schade wegens het verlies van de persoonlijke band en ervaren stress. Deze stellingen werden echter niet ondersteund met objectieve gegevens zoals aankoopbewijzen of medische verklaringen.
Het College oordeelde dat verweerder terecht is uitgegaan van standaard marktwaarden en dat verzoeker onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zijn dieren een hogere waarde vertegenwoordigen. Ook is niet gebleken dat sprake is van psychisch letsel dat immateriële schade rechtvaardigt.
Daarom werd het verzoek om aanvullende schadevergoeding afgewezen. Tevens werd geen proceskostenvergoeding toegekend. Het College verleende verzoeker wel vrijstelling van griffierecht vanwege onvoldoende financiële draagkracht.
Uitkomst: Het verzoek om aanvullende schadevergoeding wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing van hogere materiële en immateriële schade.