ECLI:NL:HR:2006:AW3559
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- B.C. de Savornin Lohman
- W.M.E. Thomassen
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt onmogelijkheid verrekening tegenvordering bij opzettelijke schadevergoeding
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam waarin verdachte werd veroordeeld voor meervoudige oplichting en werd veroordeeld tot een taakstraf en een voorwaardelijke gevangenisstraf. Tevens werd een vordering van de benadeelde partij gedeeltelijk toegewezen en gedeeltelijk niet-ontvankelijk verklaard.
Het geschil betrof onder meer de vraag of verdachte een tegenvordering mocht verrekenen met de toe te kennen schadevergoeding aan de benadeelde partij. De Hoge Raad bevestigde dat opzet bij oplichting de bevoegdheid tot verrekening uitsluit, waardoor het hof het verweer van verdachte terecht verwierp. Ook werd bevestigd dat in het strafproces geen ruimte bestaat voor een vordering in reconventie.
Verder werd geoordeeld dat het hof niet tot nadere motivering was gehouden bij het opleggen van wettelijke rente over de schadevergoeding, omdat dit rechtstreeks uit de wet volgt. Het beroep van verdachte werd verworpen, waarmee het hofarrest in stand bleef.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de veroordeling en betalingsverplichting van verdachte inclusief wettelijke rente.