ECLI:NL:HR:2013:707

Hoge Raad

Datum uitspraak
17 september 2013
Publicatiedatum
17 september 2013
Zaaknummer
11/03019
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6 EVRMArt. 81 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging Hofbeslissing over wettelijke rente bij schadevergoeding

In deze strafzaak betrof het beroep in cassatie een arrest van het Gerechtshof Amsterdam waarin een schadevergoeding aan de benadeelde partij werd toegewezen, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 14 maart 2009 tot aan de dag van volledige voldoening. De Hoge Raad oordeelt dat het hof ten onrechte ambtshalve heeft beslist tot vergoeding van wettelijke rente, aangezien de rente niet was gevorderd door de benadeelde partij.

De Hoge Raad vernietigt het bestreden arrest uitsluitend voor zover het hof de wettelijke rente toekende en verwerpt het beroep voor het overige. Tevens constateert de Hoge Raad dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 EVRM Pro is overschreden, maar ziet geen aanleiding om hieraan rechtsgevolgen te verbinden gezien de aard van de opgelegde straf en de mate van overschrijding.

De overige middelen van cassatie falen zonder nadere motivering, omdat zij geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling opleveren. De Hoge Raad bevestigt hiermee de noodzaak dat rente slechts wordt toegekend indien deze door de benadeelde partij is gevorderd.

Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het hofarrest voor zover het wettelijke rente toekent en verwerpt het cassatieberoep verder.

Uitspraak

17 september 2013
Strafkamer
nr. 11/03019
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Amsterdam van 24 juni 2011, nummer 23/003266-09, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1984.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. J. Kuijper, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur en aanvullende schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schrifturen zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal G. Knigge heeft geconcludeerd tot het constateren door de Hoge Raad dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM is overschreden, tot vernietiging van het bestreden arrest, doch slechts voor zover het Hof heeft bepaald dat het toegewezen bedrag van de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 14 maart 2009 tot aan de dag der algehele voldoening, en tot verwerping van het beroep voor het overige.
2. Beoordeling van het eerste, het tweede, het derde, het vijfde en het zesde middel
De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Beoordeling van het vierde middel

3.1.
Het middel klaagt dat het Hof ten onrechte heeft beslist dat het aan de benadeelde partij toegewezen bedrag aan materiële schadevergoeding vermeerderd wordt met de wettelijke rente.
3.2.
Het Hof heeft de vordering van de benadeelde partij tot vergoeding van de schade aan een televisie, longdrinkglazen en een ruit, toegewezen tot een bedrag van € 500,- en de vordering van de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk verklaard. Het Hof heeft voorts beslist dat het toegewezen bedrag vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 14 maart 2009 tot aan de dag der algehele voldoening. Nu de stukken van het geding niet inhouden dat de benadeelde partij vergoeding van de wettelijke rente heeft gevorderd, heeft het Hof ten onrechte beslist dat die rente vergoed moet worden. Het middel klaagt daarover terecht.
4. Ambtshalve beoordeling van de bestreden uitspraak
De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM is overschreden. Gelet op de aan de verdachte opgelegde werkstraf voor de duur van veertig uren, subsidiair twintig dagen hechtenis, en de mate waarin de redelijke termijn is overschreden, is er geen aanleiding om aan het oordeel dat de redelijke termijn is overschreden enig rechtsgevolg te verbinden en zal de Hoge Raad met dat oordeel volstaan.

5.Slotsom

Nu de Hoge Raad geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, brengt hetgeen hiervoor is overwogen mee dat als volgt moet worden beslist.

6.Beslissing

De Hoge Raad:
vernietigt de bestreden uitspraak, doch uitsluitend voor zover het Hof heeft beslist dat wettelijke rente vergoed moet worden over het toegewezen bedrag van de vordering van de benadeelde partij;
verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren W.F. Groos en Y. Buruma, in bijzijn van de waarnemend griffier S.C. Rusche, en uitgesproken op
17 september 2013.