Conclusie
1.Inleiding
2.Aanleiding voor de vordering
regiebeslissing: de GI als de minderjarige onder toezicht staat (belanghebbende of informant)”. Daarmee is de eenduidige aanbeveling om de GI als informant aan te merken vervangen door, als ik het goed zie, een aanbeveling met de strekking om per zaak te beoordelen welke processuele positie de GI inneemt. [8] Wel is de aanbeveling gehandhaafd om bij de onderwerpen ‘omgang en recht op informatie’ de GI als belanghebbende aan te merken indien een schriftelijke aanwijzing aan de orde wordt gesteld.
hof Amsterdam 7 maart 2023, ECLI:NL:GHAMS:2023:556 (GI informant, regie zorgregeling); hof Amsterdam 6 juni 2023, ECLI:NL:GHAMS:2023:1508 (GI belanghebbende, regie omgangsregeling);
hof Arnhem-Leeuwarden 15 december 2022, ECLI:NL:GHARL:2022:10834 (GI is belanghebbende, regie bij uitbreiding omgangsregeling);
hof ’s-Hertogenbosch 25 mei 2023, ECLI:NL:GHSHE:2023:1729, (GI is belanghebbende, begeleide omgangsregeling); hof ’s-Hertogenbosch 15 juni 2023, ECLI:NL:GHSHE:2023:1879 (GI belanghebbende, begeleide omgangsregeling); hof ’s-Hertogenbosch 13 juli 2023, ECLI:NL:GHSHE:2023:2330 (GI informant, regie omgangsregeling); hof ’s-Hertogenbosch 27 juli 2023, ECLI:NL:GHSHE:2023:2480 (GI informant, begeleide omgangsregeling); hof ’s-Hertogenbosch 14 december 2023, ECLI:NL:GHSHE:2023:4156 (GI belanghebbende, regie zorgregeling); hof ’s-Hertogenbosch 21 december 2023, ECLI:NL:GHSHE:2023:4260 (GI informant, begeleiding verbetering oudercommunicatie);
hof Den Haag 9 november 2022, ECLI:NL:GHDHA:2022:2276 (GI informant, regie zorgregeling).
hof Amsterdam 4 januari 2022, ECLI:NL:GHAMS:2022:22; hof Amsterdam 29 maart 2022 ECLI:NL:GHAMS:2022:954;
hof Arnhem-Leeuwarden 3 november 2022, ECLI:NL:GHARL:2022:9339;
hof ’s-Hertogenbosch 10 maart 2022, ECLI:NL:GHSHE:2022:776; hof ’s-Hertogenbosch 12 mei 2022, ECLI:NL:GHSHE:2022:1502; hof ’s-Hertogenbosch 9 februari 2023, ECLI:NL:GHSHE:2023:489.
3.Feiten en procesverloop
4.Juridisch kader
Het belanghebbende-begrip in (familie)verzoekschriftprocedures
geenprocesdeelnemer. [21]
enigszins in te perken”. Het woord ‘rechtstreeks’ brengt tot uitdrukking dat een indirect belang niet voldoende is om als belanghebbende te worden aangemerkt en beoogt prealabele procedures over de vraag wie belanghebbende is te voorkomen. In een consultatieversie van het wetsvoorstel bevatte artikel 798 lid 1 nog Pro niet het woord ‘rechtstreeks’. Dit woord is aan de voorgestelde bepaling toegevoegd naar aanleiding van de door de NVvR in haar wetgevingsadvies geuite vrees dat de definitie ‘degene op wiens rechten of verplichtingen de zaak betrekking heeft’ tot een aanzienlijke uitbreiding van het aantal procespartijen zou leiden. Hieruit heeft de Adviescommissie voor burgerlijk procesrecht in 2016 geconcludeerd dat ‘rechtstreeks’ niet zozeer zelfstandige betekenis heeft, maar bedoeld lijkt “
om nog duidelijker uit te drukken dat onder ‘degene op wiens rechten of verplichtingen de zaak betrekking heeft’ niet ieder valt die pretendeert een belang in de zin van betrokkenheid bij een zaak te hebben, teneinde te bevorderen dat vrij eenvoudig is te voorzien en te bepalen of iemand is aan te merken als belanghebbende in de zin van die bepaling.” [25]
degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken”. De status van belanghebbende is bepalend voor de mogelijkheid om tegen een besluit Awb-rechtsmiddelen aan te wenden. Uit de memorie van toelichting bij art. 1:2 Awb Pro blijkt dat met de woorden ‘wiens belang rechtstreeks is betrokken’ in het eerste lid “
een zekere begrenzing” is beoogd. [26] In de bestuursrechtelijke rechtspraak is het belanghebbende-begrip nader uitgewerkt. Volgens deze rechtspraak dient sprake te zijn van een voldoende objectief en actueel, eigen, persoonlijk belang dat de betrokkene in voldoende mate onderscheidt van anderen. Dat belang moet rechtstreeks bij het desbetreffende besluit zijn betrokken. Aan het ‘rechtstreeks’-vereiste is niet voldaan bij een uitsluitend van een andere betrokkene afgeleid belang, bijvoorbeeld via een contractuele relatie. [27] A-G De Bock heeft de suggestie gedaan om de elementen van het zijn van ‘rechtstreeks belanghebbende’ in de zin van art. 1:2 Awb Pro ook te gebruiken in het kader van art. 798 lid 1 Rv Pro. [28] Uit de rechtspraak van de Hoge Raad blijkt tot dusver niet dat hij deze suggestie heeft overgenomen.
Afstamming
Zie ook: HR 9 december 2005, ECLI:NL:HR:2005:AU3262, NJ 2006/50 waarin is geoordeeld dat de vermeende verwekker geen belanghebbende is in een procedure tot gegrondverklaring van de ontkenning vaderschap tussen de juridische vader en het kind en HR 21 april 2006, ECLI:NL:HR:2006:AU9726, NJ 2006/584 m.nt. J. de Boer: een zaaddonor die family life heeft met het kind van wie hij de biologische vader is, kan als ‘ouder’ in de zin van art. 1:227 lid 3 BW Pro tegenspraak leveren tegen adoptie van het kind en is daarmee in die procedure belanghebbende.
Meerderjarigenbescherming
HR 26 juni 2015, ECLI:NL:HR:2015:1748, NJ 2015/336 m.nt. Wortmann betrof een casus waarin een zoon het pand huurt dat eigendom is van zijn onder curatele gestelde moeder. De curatoren hebben machtiging tot verkoop van dit pand verzocht. Het hof gaat in zijn oordeel dat de zoon in deze procedure geen belanghebbende is ten onrechte niet in op de stelling van de zoon dat rechten uit de huurverhouding met moeder niet tegen de nieuwe eigenaar kunnen worden ingeroepen.
In HR 22 juni 2018, ECLI:NL:HR:2018:979, RvdW 2018/766 ging het om een verzoek van de bewindvoerder tot verlening machtiging ex art. 441 lid 2 BW Pro om een accountant in te schakelen om de aangifte inkomstenbelasting te verzorgen van de rechthebbende en zijn echtgenote met wie hij in gemeenschap van goederen is gehuwd. Het hof heeft bij zijn oordeel dat de echtgenote geen belanghebbende is ten onrechte niet getoetst aan art. 798 lid 1 Rv Pro.
In HR 17 juni 2022, ECLI:NL:HR:2022:873, RvdW 2022/616 (art. 81 lid 1 RO Pro) komt een zoon in cassatie tevergeefs op tegen het oordeel dat hij geen belanghebbende is in een procedure over een verzoek van de curator om een machtiging tot verkoop van de woning van de rechthebbende moeder. Het hof had geoordeeld dat de zoon onvoldoende had gesteld dat hij enig recht of titel had om in de woning te verblijven.
In HR 17 maart 2023, ECLI:NL:HR:2023:429, NJ 2023/117 is geoordeeld dat als de bewindvoerder een machtiging ex art. 1:441 lid 2 BW Pro verzoekt, de rechthebbende belanghebbende is en hoger beroep kan instellen zonder medewerking of toestemming van de bewindvoerder.
Alimentatie