ECLI:NL:HR:2022:873

Hoge Raad

Datum uitspraak
17 juni 2022
Publicatiedatum
15 juni 2022
Zaaknummer
21/02592
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROArt. 798 lid 1 RvArt. 8 EVRMWet op de rechterlijke organisatie
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek curator om machtiging verkoop woning onder curatele en rol zoon als belanghebbende

In deze zaak heeft de zoon van een onder curatele gestelde rechthebbende cassatieberoep ingesteld tegen een beschikking van het gerechtshof Amsterdam. Het geschil betreft de vraag of de zoon als belanghebbende in de zin van artikel 798 lid 1 Rv Pro kan worden aangemerkt bij het verzoek van de curator om machtiging voor de verkoop en levering van de woning van de onder curatele gestelde.

De Hoge Raad verwijst voor het geding in de feitelijke instanties naar eerdere beschikkingen van de kantonrechter te Zaandam en het gerechtshof Amsterdam. De klachten van de verzoeker over de beschikking van het hof zijn door de Hoge Raad beoordeeld en leiden niet tot vernietiging van die beschikking.

De Hoge Raad acht het niet noodzakelijk om de motivering van dit oordeel te geven, omdat beantwoording van de vragen niet van belang is voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.

De Hoge Raad heeft het cassatieberoep verworpen en bevestigt daarmee de eerdere beslissingen. De zaak betreft tevens aspecten van de bescherming van het familie- en gezinsleven zoals gewaarborgd in artikel 8 EVRM Pro.

Uitkomst: Het cassatieberoep van de zoon wordt verworpen en de beschikking van het hof bevestigd.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer21/02592
Datum17 juni 2022
BESCHIKKING
In de zaak van
[de zoon],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
hierna: de verzoeker,
advocaat: C.S.G. Janssens,
tegen
[de curator], h.o.d.n. [A] Q.Q.,
kantoorhoudende te [vestigingsplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: de curator,
niet verschenen.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
de beschikking in de zaak 8430797 BZ VERZ 20-2965 jb van de kantonrechter te Zaandam van 15 april 2020;
de beschikking in de zaak 200.281.087/01 van het gerechtshof Amsterdam van 23 maart 2021.
De verzoeker heeft tegen de beschikking van het hof beroep in cassatie ingesteld. De procesinleiding is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De curator heeft geen verweerschrift ingediend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal M.L.C.C. Lückers strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

2.Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over de beschikking van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die beschikking. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de president G. de Groot als voorzitter en de raadsheren T.H. Tanja-van den Broek, C.E. du Perron, F.R. Salomons en K. Teuben, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer H.M. Wattendorff op
17 juni 2022.