ECLI:NL:HR:2005:AU3262
Hoge Raad
- Cassatie
- D.H. Beukenhorst
- H.A.M. Aaftink
- O. de Savornin Lohman
- E.J. Numann
- J.C. van Oven
- Rechtspraak.nl
Beoordeling vaderschapsactie en DNA-onderzoek bij weigering medewerking
In deze zaak heeft verweerder een vaderschapsactie ingesteld tegen verzoeker en verzocht om een DNA-onderzoek om het vaderschap vast te stellen. De rechtbank heeft een deskundigenbericht bevolen en het vaderschap van verzoeker vastgesteld, ondanks diens weigering tot medewerking aan het DNA-onderzoek.
Verzoeker heeft de beschikkingen aangevochten met onder meer het verweer van bedrog, maar het hof heeft geoordeeld dat deze beschikkingen niet in hoger beroep konden worden aangevochten en dat verzoeker de rechtskracht daarvan moest respecteren. Het hof heeft ook de verklaringen uit een voorlopig getuigenverhoor meegewogen, hoewel verzoeker daarbij niet aanwezig was.
De Hoge Raad oordeelt dat beschikkingen betreffende de persoonlijke staat, zoals de ontkenning van het vaderschap van betrokkene 2, rechtskracht hebben tegenover derden. Tevens bevestigt de Hoge Raad dat het hof terecht heeft geoordeeld dat de verklaringen uit het voorlopig getuigenverhoor als mede-redengevend konden worden beschouwd en dat de weigering van verzoeker tot DNA-onderzoek kan worden geïnterpreteerd als aanwijzing voor het vaderschap.
Het cassatieberoep wordt verworpen, waarmee de eerdere beslissingen in stand blijven.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de vaststelling van het vaderschap ondanks de weigering tot DNA-onderzoek.