Uitspraak
GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH
,
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
De man en vrouw zijn gescheiden ouders van drie minderjarige kinderen die bij de vrouw wonen en sinds 2017 geen structureel contact met de man hebben. Na een eerdere ondertoezichtstelling en hulpverlening is het gezamenlijk gezag beëindigd en aan de vrouw toegekend. De man is tegen deze wijziging in hoger beroep gegaan en verzocht om vernietiging of uitstel in afwachting van een nieuw onderzoek.
Het hof heeft de standpunten van partijen, de raad voor de kinderbescherming en de gecertificeerde instelling zorgvuldig gewogen. De man stelt dat hij buitengesloten wordt en dat gezamenlijk gezag mogelijk is zonder hulpverlening, terwijl de vrouw en de raad wijzen op de ernstige verstoorde relatie, het belastende gedrag van de man en het belang van rust voor de kinderen.
Het hof concludeert dat het belang van de kinderen vereist dat het eenhoofdig gezag bij de vrouw blijft. De verstoorde verstandhouding en het ontbreken van onderling overleg maken gezamenlijk gezag onuitvoerbaar en belastend. Een nieuw onderzoek acht het hof niet nodig omdat dit onrust zou veroorzaken. De beschikking van 4 mei 2021 wordt dan ook bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beschikking die het gezamenlijk gezag beëindigt en het eenhoofdig gezag aan de moeder toekent.