ECLI:NL:HR:2003:AF9440
Hoge Raad
- Cassatie
- P. Neleman
- H.A.M. Aaftink
- A. Hammerstein
- P.C. Kop
- F.B. Bakels
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad oordeelt over bevoegdheden en onderzoek in enquêteprocedure vennootschap
De zaak betreft een enquêteprocedure over het beleid en de gang van zaken van een vennootschap en haar certificaathouderstructuur. Verweerder in cassatie verzocht de Ondernemingskamer een onderzoek te bevelen en een bestuurder aan te wijzen vanwege bestuurlijke impasse na het terugtreden van de vorige bestuurder.
De Ondernemingskamer besloot tot onderzoek vanaf de oprichting van de vennootschap, benoemde een onderzoeker en een tijdelijke bestuurder met ruime bevoegdheden, waaronder het vertegenwoordigen van de vennootschap zonder instemming van de algemene vergadering. Verzoeker tot cassatie betwistte deze besluiten en stelde onder meer dat de onderzoeker niet gemachtigd mocht worden tot het raadplegen van de bezittingen van een Franse vennootschap.
De Hoge Raad oordeelt dat een voormalige bestuurder belanghebbende is in de enquêteprocedure en dat de Ondernemingskamer terecht het onderzoek vanaf 1993 heeft bevolen. Wel vernietigt de Hoge Raad de machtiging aan de onderzoeker tot het raadplegen van boeken en bezittingen van de Franse vennootschap, omdat deze machtiging alleen op verzoek van de onderzoeker zelf kan worden verleend. De benoeming van een tijdelijke bestuurder wordt bevestigd als noodzakelijke maatregel vanwege de bestuurlijke impasse.
De Hoge Raad wijst het cassatieberoep voor het overige af en bepaalt dat iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de machtiging tot inzage in bezittingen van SNF S.A. en wijst het verzoek daartoe af, terwijl de overige klachten worden verworpen.