ECLI:NL:HR:2001:AD4000
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H.J. Mijnssen
- R. Herrmann
- H.A.M. Aaftink
- O. de Savornin Lohman
- A. Hammerstein
- Rechtspraak.nl
Beëindiging omgangsregeling tussen vader en kinderen wegens belangenbescherming
In deze zaak heeft de verweerster, Stichting Jeugd en Gezin Flevoland (SJG), bij de Rechtbank Zwolle verzocht om de omgangsregeling tussen de vader en zijn drie minderjarige kinderen te beëindigen. De vader had aanvankelijk ingestemd met video-opnamen tijdens de omgang, maar trok deze toestemming later in. De rechtbank besloot daarom de omgangsregeling te beëindigen, een beslissing die door het Gerechtshof Arnhem werd bekrachtigd.
De vader stelde beroep in cassatie in tegen deze beslissing. De Hoge Raad overwoog dat video-opnamen een inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van de vader vormen en dat SJG geen wettelijke bevoegdheid had om de vader te dwingen hieraan mee te werken. Desondanks oordeelde de Hoge Raad dat het hof terecht had geoordeeld dat het recht op omgang aan de vader moest worden ontzegd omdat omgang in strijd was met de zwaarwegende belangen van de kinderen.
Het hof had vastgesteld dat de omgang niet goed verliep en dat de kinderen negatieve gevolgen ondervonden, waaronder schade in hun ontwikkeling. De weigering van de vader om mee te werken aan de video-opnamen was niet de doorslaggevende factor. De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde daarmee de beëindiging van de omgangsregeling.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de beëindiging van de omgangsregeling tussen vader en kinderen.