Conclusie
1.Inleiding en samenvatting
De prejudiciële vraag
2.Feiten en procesverloop
Feiten
Artikelen 6 en 7 EVRM
criminal chargeals bedoeld in artikel 6 lid 1 EVRM Pro. Als dat het geval is, dan bepaalt artikel 6 EVRM Pro dat er een rechtsmiddel moet open staan tegen die verhogingen. Niet ter discussie staat dat geen rechtsmiddel open staat tegen oplegging van de verhogingen.
aan de burgerlijke rechter voorgelegdevordering of voorgelegd verzoek. De wet bepaalt niet dat de vordering of het verzoek moet zijn gegrond op een civielrechtelijke regeling. Dat zou ook nogal merkwaardig zijn. Als zogenoemde restrechter beslist de burgerlijke rechter immers mede over vorderingen en verzoeken met een publiekrechtelijke grondslag als de wet geen andere rechter aanwijst (art. 112 Grondwet Pro). [13] Er is geen grond om zaken waarin een dergelijke vordering of een dergelijk verzoek aan de orde is, van de toepasselijkheid van Tiende titel A uit te zonderen. Integendeel, ook in die zaken bestaat behoefte aan de mogelijkheid om prejudiciële vragen te stellen.
bij de rechter aanhangigegeschillen zijn te verstaan. Blijkens de wettekst en de daarop gegeven toelichting volstaat immers al dat sprake is van vele
bestaandegeschillen. Zo is in de memorie van toelichting opgemerkt dat in onderdeel b “met de beëindiging van geschillen gedoeld [wordt] op geschillen die nog niet tot een procedure hebben geleid”. Het voordeel van beantwoording kan dan namelijk zijn “dat zulks het instellen van vele individuele procedures juist overbodig maakt”. [18] Klaarblijkelijk heeft de rechtbank in rov. 5.36 aangenomen dat van dergelijke geschillen sprake is. De Staat voert niets aan wat die vaststelling in twijfel trekt.
4.De Wahv; de Wahv-verhogingen; juridische en feitelijke aspecten
Wahv, algemeen
volledigetoetsing plaats te vinden van de beschikking, dus ook van de opgelegde sanctie. Die volledige toetsing van de sanctie is gebruikelijk in het bestuursrecht bij punitieve sancties [33] en dat deze dient plaats te vinden, is in de wetsgeschiedenis ook uitdrukkelijk uitgesproken naar aanleiding van daarover geuite twijfel. [34] De in art. 2 lid 3 eerste Pro zin Wahv en de bijlage bij de Wahv gefixeerde hoogte van de boete geldt dus uitdrukkelijk niet voor de beoordeling van en de beslissing op het beroep. [35]
gehelebedrag van boete en kosten op tijd is betaald (vgl. de tekst van art. 23 lid 3 Wahv Pro, die spreekt over ‘niet tijdig geheel wordt voldaan’). De verhoging wordt dus ook in haar geheel verschuldigd als een deel van de boete en de administratiekosten binnen de termijn is voldaan. De verhoging wordt berekend over het bedrag van de administratieve sanctie, exclusief de administratiekosten. Een boete van € 100 die niet volledig wordt voldaan binnen de termijn, wordt dus verhoogd met (50% van € 100 is) € 50 tot € 150, plus (nog steeds) € 9 aan administratiekosten, ongeacht het bedrag dat is voldaan.
initiëlebetalingspercentage omhoog gaat, wordt uit de toelichting niet duidelijk. Aan het versturen van aanmaningen – wat vol automatisch plaatsvindt door het CJIB, zoals ook veel boetes waarop de Wahv ziet, vol automatisch worden opgelegd (vgl. art. 3 lid 2 Wahv Pro) [45] – zullen geen noemenswaardige kosten zijn verbonden. De regering verwachtte bovendien van het ophogen van de verhogingen een zeer aanzienlijk bedrag aan extra inkomsten per jaar voor het rijk, blijkens de laatste alinea van de gegeven toelichting. Men zou daarom denken dat het van belang is dat het (totale) betalingspercentage
na de tweede aanmaningomhoog gaat, omdat eerst pas daarna “de overheid kostbare capaciteit moet inzetten om ervoor te zorgen dat een overtreder zijn verkeersboete alsnog betaalt”. Ik merk op dat deze onduidelijkheid ook in de stukken van deze zaak niet wordt weggenomen.
5.Zijn de verhogingen in strijd met de art. 6 en Pro 7 EVRM?
Toepassingsbereik art. 6 en Pro 7 EVRM; onderling verband tussen deze bepalingen
inningdoor middel van verhaal kan worden opgekomen. Die overweging luidt:
Öztürk, cited above), prison disciplinary proceedings (…), customs law (…), competition law (…) and penalties imposed by a court with jurisdiction in financial matters (…). Tax surcharges differ from the hard core of criminal law; consequently, the criminal-head guarantees will not necessarily apply with their full stringency (see
Bendenounand
Janosevic, § 46 and § 81 respectively, where it was found compatible with Article 6 § 1 for criminal penalties to be imposed, in the first instance, by an administrative or non-judicial body, and, a contrario, Findlay, cited above).” [194]
mutatis mutandis Jussila c. Finlande[GC], no 73053/01, § 43, CEDH 2006-XIII). Elle considère enfin que le taux de l’amende, fixé à 25% par l’ordonnance du 7 décembre 2005, n’apparaît pas disproportionné (
Maligeprécité, § 49 ;
a contrario et mutatis mutandis Mamidakis c. Grèce, no 35533/04, § 48, 11 janvier 2007 et
Grifhorst c. France, no 28336/02, § 105, 26 février 2009).” [216]
6.Zijn de verhogingen in strijd met art. 1 EP Pro EVRM?
Art. 1 EP Pro EVRM, toepasselijkheid
uitsluitendnog van budgettaire aard is, zoals kan worden afgeleid uit hetgeen naderhand bekend is geworden over de motieven van de verhoging van de verhogingen naar 50 en 100% in 2011 en uit het motief om (sinds eind 2024) de Wahv-verhogingen niet te verlagen (zie hiervoor in 4.8, 4.18 en 4.24-4.30). Dan gaat het om een last die neerkomt op belastingheffing. Van de belasting die de verhogingen in dat geval zijn, valt niet in te zien waarom deze in een dergelijke omvang op de betrokkenen worden gelegd die om welke reden ook hun verkeersboete niet op tijd hebben betaald. Een dergelijke last doorstaat de ‘fair balance’-test niet, wegens de vergaande wanverhouding die met andere gevallen van niet-betaling van een schuld bestaat (vgl. het hiervoor in 6.12 en 6.13 opgemerkte). Het ligt echter voor de hand om bij de toetsing aan art. 1 EP Pro EVRM uit te gaan van de door de wetgever opgegeven reden voor de maatregel en dat is als gezegd bij de Wahv-verhogingen om de betaling van verkeersboetes te bevorderen. [287] De aanname dat (nog) uitsluitend budgettaire motieven aan de orde zijn, valt dus niet te hanteren.