ECLI:NL:HR:2010:BL1943
Hoge Raad
- Cassatie
- J.W. van den Berge
- C. Schaap
- J.W.M. Tijnagel
- A.H.T. Heisterkamp
- M.W.C. Feteris
- Rechtspraak.nl
Onverenigbaarheid van artikel 26a Wet WOZ met artikel 1 Eerste Protocol EVRM
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning en de daarop gebaseerde aanslagen onroerendezaakbelasting. De heffingsambtenaar handhaafde de waarde ondanks erkenning dat deze te hoog was, op grond van artikel 26a Wet WOZ, dat afwijkingen binnen een bepaalde marge als juist beschouwt en effectieve betwisting verhindert.
De Rechtbank verklaarde het bezwaar gegrond, maar het Hof handhaafde de waarde en de aanslagen. Belanghebbende stelde beroep in cassatie in tegen het oordeel van het Hof. De Hoge Raad stelde vast dat artikel 26a Wet WOZ de mogelijkheid tot effectieve betwisting van de rechtmatigheid van de WOZ-waarde uitsluit, wat in strijd is met artikel 1 van Pro het Eerste Protocol EVRM, dat procedurele garanties vereist bij belastingheffingen die eigendomsrechten raken.
De Hoge Raad vernietigde het arrest van het Hof en de uitspraak van de Rechtbank voor zover de rechtsgevolgen van de uitspraken op bezwaar in stand bleven, stelde de waarde vast op €95.000, en bepaalde dat artikel 26a Wet WOZ buiten toepassing blijft. Tevens werden de aanslagen verminderd en werd het College veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Artikel 26a Wet WOZ is onverenigbaar met artikel 1 Eerste Protocol EVRM en wordt buiten toepassing gelaten, met vaststelling van de WOZ-waarde op €95.000 en vermindering van aanslagen.