ECLI:NL:HR:2011:BQ3883
Hoge Raad
- Cassatie
- J.B. Fleers
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- A. Hammerstein
- J.C. van Oven
- C.A. Streefkerk
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Geen griffierecht verschuldigd bij verzoek toepassing schuldsaneringsregeling in cassatie
Deze zaak betreft een verzet tegen de beslissing van de griffier van de Hoge Raad om griffierechten te heffen bij een verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen. De verzoeker, vertegenwoordigd door haar advocaat, had een verzoekschrift ingediend bij de Hoge Raad in cassatie nadat eerdere verzoeken bij de rechtbank en het gerechtshof waren afgewezen en bekrachtigd.
De griffier had een griffierecht van € 294,- vastgesteld en geïncasseerd, waartegen opposant verzet instelde op grond van artikel 29 lid 1 van Pro de Wet griffierechten burgerlijke zaken (Wgbz). De Advocaat-Generaal adviseerde het verzet gegrond te verklaren.
De Hoge Raad overwoog dat artikel 4 lid 2 Wgbz Pro, dat bepaalt dat geen griffierecht wordt geheven voor verzoekschriften tot toepassing van de schuldsaneringsregeling, niet alleen geldt voor de eerste aanleg maar ook voor hoger beroep en cassatie. Dit is in lijn met de ratio van de wetgever om financiële drempels te vermijden en het recht op toegang tot de rechter te waarborgen, vooral voor personen met beperkte financiële draagkracht.
Daarom verklaarde de Hoge Raad het verzet gegrond en werd het griffierecht teruggevorderd. De uitspraak bevestigt dat schuldenaren geen griffierechten hoeven te betalen bij procedures over de schuldsaneringsregeling, ongeacht de instantie.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het verzet gegrond en bepaalt dat geen griffierecht verschuldigd is bij verzoeken tot toepassing van de schuldsaneringsregeling in cassatie.