ECLI:NL:HR:2009:BG4156
Hoge Raad
- Cassatie
- J.W. van den Berge
- C. Schaap
- J.W.M. Tijnagel
- A.H.T. Heisterkamp
- M.W.C. Feteris
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak over kosten betekening dwangbevel vennootschapsbelasting wegens strijd met EVRM
Belanghebbende is geconfronteerd met kosten voor de betekening van een dwangbevel tot betaling van een voorlopige aanslag vennootschapsbelasting 2003. De Ontvanger bracht deze kosten in rekening, welke na bezwaar en beroep door rechtbank en hof werden bevestigd. Belanghebbende stelde dat zij geen schriftelijke aanmaning had ontvangen, maar het hof wees dit verweer af op grond van artikel 7, lid 2, Kostenwet invordering rijksbelastingen.
De Hoge Raad overweegt dat volgens de Invorderingswet 1990 een dwangbevel alleen kan worden uitgevaardigd na schriftelijke aanmaning. Het uitsluiten van het verweer dat geen aanmaning is ontvangen, zoals in artikel 7, lid 2, Kostenwet, is in strijd met artikel 1 van Pro het Eerste Protocol bij het EVRM, dat procedurele garanties vereist bij maatregelen die eigendom aantasten.
Daarom blijft artikel 7, lid 2, Kostenwet buiten toepassing voor het verweer dat geen aanmaning is ontvangen. Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak verwezen naar het gerechtshof te 's-Hertogenbosch voor nader onderzoek naar de ontvangst van de aanmaning, met inachtneming van de bewijsregels uit eerdere jurisprudentie.
De Hoge Raad veroordeelt de Staatssecretaris van Financiën in de proceskosten van het cassatieberoep en wijst de Staat aan als de te vergoeden partij. Dit arrest bevestigt het belang van het waarborgen van effectieve rechtsbescherming bij belastinginvordering.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt gegrond verklaard, het arrest van het hof vernietigd en de zaak verwezen voor nader onderzoek naar ontvangst van de schriftelijke aanmaning.