ECLI:NL:RVS:2020:2851
Raad van State
- Hoger beroep
- J.E.M. Polak
- G.M.H. Hoogvliet
- C.C.W. Lange
- Rechtspraak.nl
Bevestiging matiging bestuurlijke boete voor onttrekking woning aan bestemming tot bewoning
Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam legde aan [wederpartij A] en [wederpartij B] een bestuurlijke boete van €20.500 op wegens het onttrekken van een woning aan de bestemming tot bewoning zonder vergunning. Dit volgde op een onderzoek naar aanleiding van een melding woonfraude waarbij bleek dat de woning werd gebruikt als bed&breakfast zonder dat de hoofdbewoner in de basisregistratie personen stond ingeschreven.
De rechtbank Amsterdam matigde de boete tot €8.000 omdat aan de voorwaarden voor een bed&breakfast werd voldaan die de leefbaarheid en woningvoorraad beschermen, ondanks het ontbreken van registratie van de hoofdbewoner en het niet vooraf melden van de verhuur. Het college stelde hoger beroep in tegen deze matiging.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat hoewel het onttrekken van woonruimte een ernstige overtreding is, bijzondere omstandigheden en het evenredigheidsbeginsel toepassing vinden. De Afdeling bevestigde de matiging van de boete naar €8.000 en benadrukte dat het college en de rechter ruimte hebben om in concrete gevallen van het wettelijk gefixeerde boetestelsel af te wijken om onevenredigheid te voorkomen.
Daarnaast werd het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en het betalen van griffierecht. De uitspraak onderstreept het belang van differentiatie in boeteregelingen en het respecteren van het recht op een eerlijk proces binnen het bestuursrecht.
Uitkomst: Het hoger beroep van het college is ongegrond verklaard en de boete is gematigd tot €8.000.