ECLI:NL:RVS:2020:1117
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- J.Th. Drop
- C.M. Wissels
- Rechtspraak.nl
Bevestiging last onder dwangsom wegens overtreding drugshandelverbod op openbare weg in Ermelo
Het college van burgemeester en wethouders van Ermelo legde appellant bij besluit van 16 oktober 2017 een last onder dwangsom op wegens overtreding van artikel 2:74, eerste lid, van de APV Ermelo. Dit verbod richt zich op het postvatten en bewegen met kennelijke bedoeling tot drugshandel op of aan de weg. De last werd gehandhaafd bij besluit op bezwaar van 12 april 2018. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en vernietigde het besluit, maar handhaafde de rechtsgevolgen.
Appellant stelde in hoger beroep onder meer dat het bevoegdheidsgebrek niet was hersteld, dat hij niet de overtreding had begaan, dat de dwangsom onredelijk hoog was en dat het ne bis in idem-beginsel werd geschonden. De Afdeling oordeelde dat het bevoegdheidsgebrek was hersteld door het besluit op bezwaar, dat het op ambtseed opgemaakte proces-verbaal voldoende bewijs vormde voor de overtreding, en dat het niet nodig is dat drugs daadwerkelijk aanwezig zijn voor overtreding van artikel 2:74.
Verder werd geoordeeld dat de dwangsom niet punitief is maar een preventief middel om herhaling te voorkomen, en dat de hoogte ervan in redelijke verhouding staat tot het doel. Ook werd bevestigd dat samenhangende zaken als één zaak worden beschouwd voor proceskosten. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt de last onder dwangsom wegens overtreding van artikel 2:74 APV Ermelo en verklaart het hoger beroep ongegrond.