Uitspraak
1.De procedure in feitelijke instantie
2.Het procesverloop bij de Hoge Raad
3.Uitgangspunten
. [3]
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
In deze prejudiciële beslissing beantwoordt de Hoge Raad vragen van het Gerecht in eerste aanleg van Aruba over de toepassing van een tariefwijziging in de Landsverordening grondbelasting (Lgb) voor het belastingjaar 2019. Belanghebbende was geconfronteerd met een aanslag grondbelasting tegen een verhoogd tarief van 0,6%, terwijl het tarief daarvoor 0,4% bedroeg. Het geschil betrof de vraag of deze aanslag als een tweede aanslag kon worden aangemerkt en of de tariefwijziging op stelselniveau een onaanvaardbare inbreuk op eigendomsrechten vormt.
De Hoge Raad oordeelt dat de aanslag van 31 mei 2019 niet als een tweede aanslag geldt, omdat aanslagen pas als vastgesteld gelden nadat de inspecteur het aanslagbiljet heeft gedateerd en gereedgemaakt voor bekendmaking. De wetgever heeft de vrijheid om het tarief binnen een vijfjarig tijdvak te wijzigen, zonder dat dit leidt tot een ontoelaatbare tweede aanslag of een gerechtvaardigde verwachting van ongewijzigde tarieven.
Verder stelt de Hoge Raad dat de tariefwijziging geen onaanvaardbare inbreuk vormt op artikel 1 van Pro het Eerste Protocol bij het EVRM en artikel I.19 van de Staatsregeling. De wijziging is een legitieme fiscale maatregel die een redelijke, proportionele verhouding nastreeft tussen middelen en doel, en valt binnen de ruime beoordelingsvrijheid van de wetgever. De tariefwijziging leidt tot een evenwichtigere belastingverdeling zonder de eigendomsrechten onaanvaardbaar te schenden.
De Hoge Raad beantwoordt de prejudiciële vragen dienovereenkomstig en laat de verdere beoordeling van proceskosten aan het Gerecht over.
Uitkomst: De Hoge Raad oordeelt dat de aanslag grondbelasting 2019 geen tweede aanslag is en dat de tariefwijziging geen onaanvaardbare inbreuk vormt op eigendomsrechten.