Conclusie
Redengevende feiten en omstandigheden en bewijsoverwegingen ten aanzien van feit 1
het hof begrijpt: 25 maart 2003) om 23.00 uur stond (Holleeder) voor de deur. Hij zei dat hij [betrokkene 1] ging doodschieten als ik niet betaalde.
het hof begrijpt: op een andere, vervolgens in de computer geplaatste, harde schijf) wat erop stond, behalve die twee brieven (van) vijftien januari (2003). Hij heet [betrokkene 2] .
het hof begrijpt: het Amsterdamse Bos). [betrokkene 3] zei dat ik daar moest komen. Hij (Holleeder) zei: ‘Als je niet dat restje betaalt, vermoordt die ouwe (Hillis) je binnen twee tellen; had je maar moeten betalen, straks lig je met een kaartje aan je teen in de vrieskist’. Dat was vorige week. Ik moet nog 7 miljoen euro betalen binnen twee weken. Ik heb gezegd: ‘Ik kan dat niet betalen’. Ten eerste zou ik niet weten hoe ik dat moet doen, want er moet een titel voor zijn. Ten tweede heb ik het geld niet.’
naar het hof uit de hierna volgende bewijsmiddelen begrijpt) een verklaring afgelegd bij [notaris] . [notaris] (verder te noemen: de notaris) heeft zich op 18 mei 2004 bij de politie gemeld en toen deze schriftelijke verklaring overhandigd. [27]
het hof begrijpt: Criminele Recherche Inlichtingendienst) te overhandigen, mocht hij onvrijwillig het leven laten. Endstra was zeer geëmotioneerd, al voordat ik wist wat hij wilde. Hij heeft mij de verklaring gedicteerd. Hij heeft voordat hij de verklaring dicteerde mij verteld dat hij van het advocatenkantoor Lexence afkwam en dat hij hoogst ongelukkig was met de dingen die hem waren overkomen.
het hof begrijpt in dit verband: mr. Ten Have) verbonden aan Lexence advocaten te Amsterdam verschenen te zijnen kantore op verzoek van [betrokkene 22].
het hof begrijpt: [bedrijf 1] NV) en een gefingeerde schuld van E 3.857.000 aan [bedrijf 8] SA te Panama.
het hof begrijpt hier en verder: [bedrijf 1] NV) is een NV die vroeger van [aanvrager] was en geadministreerd bij [bedrijf 9] te Wassenaar.
het hof begrijpt: 2003)
het hof begrijpt: Dino Soerel) zitten. Tegenover de CIE-medewerkers heeft Endstra verklaard dat Holleeder en Soerel een aantal nette mensen als stromannen gebruiken.
Verpanding, kennelijk een
onderhandse akte van 26 februari 2003. [37] Dit geschrift houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als getypte tekst en (van 10 april 2003 daterende) handgeschreven renvooien:
renvooi: per dag over het restant van de hoofdsom te rekenen vanaf 1 mei 2003 tot de datum van voldoening) verschuldigd zijn. Voor deze verplichtingen staat Endstra persoonlijk garant.
renvooi:[bedrijf 12] BV (‘Pandgeefster’)) en [bedrijf 8] zijn overeengekomen dat Pandgeefster een eerste pandrecht zal vestigen ten behoeve van [bedrijf 8] op de aandelen in [bedrijf 7] BV, tot zekerheid voor de betaling van al hetgeen (
renvooi:Vennootschap) aan [bedrijf 8] (
renvooi:en/of [bedrijf 11] aan [bedrijf 1] ) schuldig is.
Onherroepelijke Volmacht. [39] Dit geschrift houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:
concept Aandeelhoudersbesluit, (2) ter uitvoering van een overeenkomst van 26 februari 2003, in kopie [40] aangehecht, mee te werken aan de akte van verpanding van die aandelen aan [bedrijf 8] conform aangehecht
concept Akte van verpanding van aandelen, en (3) als directeur van Vennootschap de verpanding te erkennen.
concept Akte van verpanding van aandelen [43] . Dit geschrift houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:
PAGINA 6:
€ 450.000aan [bedrijf 1]
genomen. De BV was van mij er was geen schuld van [bedrijf 2] aan [bedrijf 1] , maar ik moest wel de fictieve schuld betalen en nu dus nog eens 2.300.000 Euro aflossen aan [bedrijf 1] .
zelf heeft
4 dagen, moest ik eerst vragen stond te posten voor me deur […] .
PAGINA 7:
zekereTanner dat schijnt rekening te zijn van
[aanvrager]! Hij wil nog 10 mio Euro. Ik kan er maar 3 betalen en restant als boot verkocht wordt Mio 4,5. Ontmoeting met [betrokkene 9] bij Shell Station IJmuiden om 9 uur komt W.Holle daar. Ik kreeg brief met vragen over dat geld
watmaar ik had geen € 10 Mio overgemaakt maar slecht € 2.800 naar [bedrijf 1] .
hebhem in Quinten Masseistr. Hij stond hele dag voor kantoor reed ook rondjes tot hij me zou aanspreken. [betrokkene 10] zag hem ook steeds. [betrokkene 7] sprak hem aan, vertelde ze. Waarom
heblaat je hem niet met rust als hij het niet heeft wat wil je dan. W.H. zegt tegen mij je maakt grote fout
dit. Al in januari hoefde je niet te betalen meer. en zou je gewoon doodgeschoten worden. Ik heb uitstel verzorgt voor je. Nu ga je eraan veel bedreigingen. Ik heb beloofd binnen week te betalen en morgen 27 jun 700 ton en
vrijdag€ 1.200 laat op dag. [betrokkene 9] haald overmakingsbewijs van 7 ton vrijdag 9 uur op ’s ochtends alleen bank heeft niet uitgevoerd omdat geld op was.
Was 25 juni
het hof begrijpt: als directiesecretaresse/officemanager) bij [aanvrager] gewerkt, van 2000 tot half april 2005.
het hof begrijpt: Endstra) te maken wilde hebben. [aanvrager] zei dat hij een verdacht figuur was, die verdacht werd van witwaspraktijken en dergelijke. Hij zei dat hij ooit zaken met hem had gedaan en dat hij zelfs aandelen in [bedrijf 2] met verlies had verkocht omdat hij niets met hem te maken wilde hebben. Hij wilde verre van hem blijven.
het hof begrijpt: [bedrijf 2]) aan [bedrijf 1] open stond van ongeveer fl. 12.000.000,--. [betrokkene 5] zei ons dat het hem was opgevallen dat hij, nadat dat bedrag was betaald, van Endstra opdrachten bleef ontvangen om geldbedragen te betalen aan [bedrijf 1] dan wel aan [bedrijf 1] gerelateerde bedrijven. [betrokkene 5] zei ons dat Endstra tegen hem zei dat hij extra betalingen moest blijven doen aan [aanvrager] omdat hij werd afgeperst en dat Holleeder daar achter zat. Hij had met [betrokkene 22] (
het hof begrijpt: [betrokkene 22]) overleg gehad over de vraag op welke wijze de extra betalingen in de boekhouding afgedekt moesten worden.
het hof begrijpt: bij het concern van Endstra). Ik ben gestart als controller. In de loop van 2003 ben ik directeur financiële zaken geworden. Tijdens mijn werkzaamheden kwam ik transacties tegen waarvan ik de grondslag niet wist. Ik zag betalingen zonder titel. Dat ben ik niet gewend. Ik wist niet waarom ze gedaan werden. In augustus 2003 heb ik Endstra hierover aangesproken. Hij heeft mij apart genomen en buiten kantoor verteld dat hij werd afgeperst door Holleeder en dat de betalingen aan [bedrijf 1] in dat kader geplaatst moesten worden. Endstra heeft mij verteld dat het op dat moment nog ging om een bedrag van 30-40 miljoen. Ik kreeg geen specifieke opdrachten van Endstra. Ik moest de betalingen alleen in goede banen leiden. Het moest goed in de boeken verwerkt worden, zodat er geen fiscale vragen kwamen.
het hof begrijpt hier en in de verdere verklaringen van [betrokkene 22]: de verdachte) en Wim (
het hof begrijpt hier en in de verdere verklaringen van [betrokkene 22]: Endstra) hadden blijkbaar onderling al overleg gehad over de omvang van de bedragen en de wijze waarop betaald moest worden. Mij is gevraagd dat fiscaal en juridisch te begeleiden.
Dfl. 10 mio. Deze betaling dient zo spoedig mogelijk (direct) overgemaakt te worden aan [bedrijf 1] (zie hierna). Deze transactie moet voor 1 maart zijn afgewikkeld. Aandelen worden door trust overgedragen aan op te geven aandeelhouders zodra betaling ontvangen is.
het hof begrijpt: [bedrijf 2]) (...) ontvangt [bedrijf 1]
Dfl. 15 miodirect.
Dfl. 15 miowordt pandrecht gevestigd op de aandelen van [bedrijf 7] B.V. en [bedrijf 16] B.V.. Bevestigd dient te worden dat deze beide vennootschappen aan jou behoren en dat de bezitting betreffen de aandelen in o.a. [bedrijf 17] B.V. Dit pandrecht wordt gevestigd vanwege winstrecht en commissies in verband met de aankoop van de vakantieparken en de verkoop van het WFC. Een nadere overeenkomst wordt hiervoor opgesteld en zal begin maart worden afgestemd. Deze rechten worden verstrekt aan [bedrijf 8] S.A. Betaling van dit resterende bedrag dient voor 31 maart 2003 plaats te vinden. Indien dit niet het geval is worden de aandelen verbeurd aan pandnemer. Voorts is bij late betaling de boeterente ad 0,5% verschuldigd zoals eerder overeengekomen met persoonlijke garantie van jou.
het hof begrijpt: Enclave 3 961]) is door mij opgesteld. Dit overzicht is het resultaat van een aantal zaken die Endstra mij had verteld toen de telecombuistransactie geen doorgang kon vinden. Endstra heeft vervolgens een aantal zaken aangedragen waarbij wel gelden aan [aanvrager] konden worden betaald. Hij heeft onder meer de commissie en de zaken in het overzicht aangedragen.
het hof begrijpt: fl. 49,5 miljoen). Het staatje lijkt voorts aan te geven wat er al betaald is en wat er nog open staat: 23.500 (
het hof begrijpt: fl. 23,5 miljoen).
het hof begrijpt: fl. 10 miljoen) door Endstra is betaald en dat dit afgetrokken wordt van hetgeen aan Willem (
het hof begrijpt: Holleeder) betaald moet worden.
het hof begrijpt: 2003) dient te betalen, omdat verdachte anders alles (de aandelen [bedrijf 7] ) afneemt voor W.H. (
het hof begrijpt: Willem Holleeder).
Voor mij was duidelijk dat [bedrijf 4] was overgedragen aan Endstra. Hij heeft daar ook wat handelingen mee verricht. Achteraf heeft hij verklaard dat hij niet de eigenaar was. Als je puur kijkt naar de certificaten en het aandeelhoudersregister is juridisch de conclusie dat de vennootschap was overgedragen aan Endstra.”) en anderzijds bij de eveneens hiervoor opgenomen verklaring van de verdachte ter terechtzitting in eerste aanleg van 6 april 2010 ("
Ik heb aan Endstra gevraagd om een verklaring op te laten maken dat hij geen aandeelhouder van [bedrijf 6] en [bedrijf 4] is geweest. Dat heeft hij gedaan”)
het hof begrijpt: 2003): “Ik moet naar de Japaner in IJmuiden. [betrokkene 9] belde. W.H. zal daar zijn en hij is boos want hij wil geld zien van W.F.C. Staat in Frankfurt van [bedrijf 7] en moet ik overmaken, naar een Tanner dat schijnt rekening te zijn van
[aanvrager]! Hij wil nog 10 mio Euro. Ik kan er maar 3 betalen en restant als boot verkocht wordt 4,5. Ontmoeting met [betrokkene 9] bij Shell Station IJmuiden om 9 uur komt W. Holle daar. Ik kreeg brief met vragen over dat geld maar ik had geen €10 mio overgemaakt maar slechts € 2.800 naar [bedrijf 1] (
het hof begrijpt hier en verder: [bedrijf 1] N.V.)."
het hof begrijpt: bewijswaarde) zou toekennen aan het op verzoek van het openbaar ministerie opgestelde deskundigenbericht van 10 juli 2009. Tevens heeft de verdediging bij pleidooi voorgesteld een door haar genoemde deskundige te benoemen als het hof behoefte mocht hebben aan nadere voorlichting over de uitleg en de reikwijdte van de witwasbepalingen naar aanleiding van het betoog van de door het openbaar ministerie aangezochte deskundige.
(a) de aanvraag een nauwkeurige omschrijving moet bevatten van dit gegeven (hierna: het novum) en dat dus niet kan worden volstaan met een verwijzing naar bijgevoegde stukken waaruit zo’n novum zou moeten blijken;
(b) de aanvraag de redenen moet vermelden waarom het novum tot één van de genoemde beslissingen zou hebben kunnen leiden;
(c) de aanvraag, als deze ertoe strekt de bewijsvoering aan te tasten, met voldoende precisie moet uiteenzetten (i) waarom een bepaald onderdeel van de bij de aanvraag gevoegde stukken leidt tot ernstige twijfel aan de juistheid van een nauwkeurig aangeduid gedeelte van de bewijsvoering, en (ii) waarom dat leidt tot het ernstige vermoeden dat het onderzoek van de zaak, als dat gegeven toen bekend was geweest, zou hebben geleid tot een vrijspraak.
Alleen als de aanvraag aan deze eisen voldoet, kan de Hoge Raad beoordelen of de aanvraag gegrond is.’
eerstebewijsstuk dat de aanvraag vermeldt, betreft ‘een in 2011 door Holleeder opgetekend codicil’ waarvan een aantal pagina’s betrekking hebben op [aanvrager] en onder meer zien op ‘het Ibiza project’ (bijlage 6). De aanvraag wijst op de volgende opmerkingen:
tweedebewijsstuk betreft een brief van Holleeder aan [aanvrager] waarin Holleeder, aldus de stellers van de aanvraag, het beeld bevestigt dat de aantekeningen op het codicil oproepen (bijlage 9). In de aanvraag wordt de volgende passage geciteerd:
derdebewijsstuk betreft een opgenomen telefoongesprek tussen Holleeder en Peter R. de Vries (bijlage 10). [102] In de aanvraag worden de volgende passages geciteerd:
vierdebewijsstuk betreft een verslag van een gesprek tussen [aanvrager] en advocaat Ficq (bijlage 11). [aanvrager] heeft dat gesprek volgens de aanvraag gevoerd naar aanleiding van een herinnering die bij hem opkwam naar aanleiding van de transcriptie van het gesprek tussen Holleeder en Peter R. de Vries. Die herinnering betrof een eerder gesprek tussen hemzelf en Ficq, waarin zij zou hebben aangegeven ‘dat Hillis nog 10 miljoen gulden (5 miljoen euro) van [aanvrager] tegoed zou hebben’. Uit het bewijsstuk dat volgens de aanvraag de uitwerking van een opname van dat (latere) gesprek inhoudt, citeert de aanvraag de volgende passages:
BF:Nou, dat is anders gegaan hè? Kijk, wat er ooit is gebeurd dat is ehhh en dat heb ik jou uiteraard verteld, want je moet alles delen met je cliënt wat jouw cliënt he, als er iets over jouw cliënt wordt gezegd. Wat er was gebeurd? Er was op een dag was er iemand die zei dat er een belangrijke getuige in en ik weet niet eens meer of ze zeiden dat het in jouw zaak was, maar er is een belangrijke getuige die met u wil spreken en die wil niet op kantoor met u spreken. Dus toen zei ik: "ja, dat kan, maar ik ga nooit alleen naar getuigen". Dus toen heb ik aan Nico Meijering gezegd: "luister, er is een getuige, ik weet niet meer of het in deze zaak of in een andere zaak dat weet ik niet meer, maar er is een getuige die met mij wil praten. Wil je met mij mee?" En toen heeft iemand die die getuige kende, die heeft ons toen opgehaald en toen zijn we naar een plaats gebracht.
vijfdebewijsstuk betreft de verklaring die Holleeder op 14 januari 2019 ter terechtzitting heeft afgelegd (bijlage 12). Holleeder zegt daarin volgens de aanvraag over [aanvrager] : ‘Die man is gewoon onschuldig, maar heeft 4,5 jaar gekregen en dat vind ik erg’. De aanvraag wijst voorts op de volgende passage:
Finale kwijting/onder voorbehoud rechten”.’
(opmerking verbalisant: de betaling van [aanvrager] / [betrokkene 21] heeft plaatsgevonden in september 2001. Het is niet met zekerheid vast te stellen of Hillis al gelieerd was aan [bedrijf 19] ten tijde van de betaling)’.
moest meewerken. Ik merkte dat hij mij niet volledig wilde informeren over de achtergrond van de betalingen.’