Uitspraak
1.De uitspraak waarvan herziening is gevraagd
2.De vordering tot herziening
3.Beoordeling van de vordering
4.Beslissing
28 januari 2020.
Hoge Raad
De zaak betreft een vordering tot herziening van een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden uit 2013, waarin de veroordeelde werd veroordeeld voor medeplegen van poging tot zware mishandeling en openlijke geweldpleging op 13 juni 2009 te Amsterdam.
De advocaat-generaal stelde dat er sprake was van persoonsverwisseling, hetgeen inhoudt dat de veroordeelde ten onrechte is veroordeeld voor een feit dat hij niet heeft gepleegd. De Hoge Raad oordeelt dat de aangevoerde omstandigheden een ernstig vermoeden opleveren dat het hof, indien hiermee bekend, de veroordeelde zou hebben vrijgesproken.
Op grond hiervan verklaart de Hoge Raad de herzieningsvordering gegrond, schorst zo nodig de tenuitvoerlegging van het arrest en verwijst de zaak naar het gerechtshof ’s-Hertogenbosch voor een nieuwe berechting conform artikel 472 lid 2 Sv Pro. De uitspraak is gedaan door de vice-president en twee raadsheren op 28 januari 2020.
Uitkomst: Hoge Raad verklaart herzieningsvordering gegrond wegens persoonsverwisseling en verwijst zaak terug naar hof voor nieuwe berechting.