Uitspraak
1.De uitspraak waarvan herziening is gevraagd
2.De procesgang in herziening
3.De conclusie van de Advocaat-Generaal
4.Waar het in deze zaak om gaat
5.Beoordeling van de aanvraag
6.Beslissing
29 maart 2016.
Hoge Raad
De zaak betreft een aanvraag tot herziening van een arrest van het Gerechtshof te Leeuwarden uit 2009, waarin de aanvrager is veroordeeld voor opzettelijke doodslag op zijn vrouw en brandstichting in hun woning te Hoogezand. De Hoge Raad heeft het cassatieberoep eerder verworpen en nu de aanvraag tot herziening beoordeeld.
De aanvraag berust op vier gronden: terugkomen van een belastende getuigenverklaring, nieuw onderzoek naar het alibi van de aanvrager, kritiek op het forensisch onderzoek naar de brand, en een rapportage over het tijdstip van de brand. De getuige [betrokkene 1] verklaarde later dat de aanvrager nooit had bekend, maar dit werd niet als voldoende aannemelijk geacht.
De reconstructie van het alibi door het project Gerede Twijfel en de kritiek op het forensisch onderzoek leverden geen objectief bewijs op dat het hof oordeel zou veranderen. Ook het rapport over het tijdstip van de brand bracht geen ernstig vermoeden van onjuistheid in het oordeel.
De Hoge Raad concludeert dat geen van de aangevoerde gronden een ernstig vermoeden wekt dat het onderzoek tot een vrijspraak, ontslag van rechtsvervolging of minder zware straf zou hebben geleid. Daarom wordt de aanvraag tot herziening afgewezen.
Uitkomst: De Hoge Raad wijst de aanvraag tot herziening af en bevestigt de veroordeling van de aanvrager.