Uitspraak
1.De uitspraak waarvan herziening is gevraagd
2.De aanvraag tot herziening
3.De conclusie van de Advocaat-Generaal
4.Beoordeling van de aanvraag
5.Beslissing
19 juni 2018.
Hoge Raad
De Hoge Raad behandelde een aanvraag tot herziening van een definitief vonnis van de Politierechter in Den Haag, waarbij de aanvraagster was veroordeeld voor medeplegen van kraken. De aanvraag berustte op een nieuw gegeven, namelijk een verklaring van een verbalisant die niet bekend was bij de rechter tijdens het oorspronkelijke proces. Deze verklaring wekte het ernstige vermoeden dat de Politierechter, indien hij hiermee bekend was geweest, tot vrijspraak van de aanvraagster zou zijn gekomen.
De Advocaat-Generaal concludeerde dat de aanvraag gegrond verklaard moest worden en dat de tenuitvoerlegging van het vonnis geschorst moest worden. De Hoge Raad volgde deze conclusie en oordeelde dat het nieuwe gegeven voldoet aan de voorwaarden van artikel 457 Sv Pro, eerste lid, aanhef en onder c, omdat het ernstige twijfel werpt op de oorspronkelijke veroordeling.
De zaak werd vervolgens verwezen naar het Gerechtshof Den Haag voor hernieuwde berechting en afdoening op basis van het nieuwe bewijs. Dit arrest werd uitgesproken door de vice-president J. de Hullu, samen met raadsheren A.J.A. van Dorst en Y. Buruma.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de aanvraag tot herziening gegrond en verwijst de zaak naar het hof voor hernieuwde berechting.