Uitspraak
1.Geding in cassatie
2 Beoordeling van de middelen
3.Beslissing
18 februari 2014.
Hoge Raad
De verdachte heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 16 mei 2012 in een strafzaak. De advocaten van de verdachte hebben middelen van cassatie voorgesteld, waarop de Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep. De Hoge Raad heeft de middelen beoordeeld en geoordeeld dat deze niet tot cassatie kunnen leiden. Gezien artikel 81, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering is geen nadere motivering vereist omdat de middelen geen rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of rechtsontwikkeling oproepen.
Het arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter en de raadsheren H.A.G. Splinter-van Kan en Y. Buruma. Het beroep is derhalve verworpen en het arrest van het gerechtshof blijft in stand.
Deze uitspraak bevestigt de eerdere beslissing van het gerechtshof zonder inhoudelijke beoordeling van de cassatiemiddelen, waarmee de strafrechtelijke procedure in deze zaak wordt afgesloten.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen en het arrest van het gerechtshof blijft in stand.