Uitspraak
1.De uitspraak waarvan herziening is gevraagd
2.Bewezenverklaring en strafmotivering
3.Procesverloop
4.De aanvraag tot herziening
5.De conclusie van de advocaat-generaal
6.Beoordeling van de aanvraag
De nieuwe verklaring van de aanvrager en de aanvulling daarop
Het hof heeft in de zaken van de hiervoor genoemde gewezen medeverdachten voor het bewijs verder gebruik gemaakt van meerdere verklaringen die de getuige – tevens gewezen medeverdachte van de aanvrager – [medeverdachte 2] tegenover de politie heeft afgelegd. Ook deze door de getuige [medeverdachte 2] afgelegde verklaringen zijn belastend voor de gewezen medeverdachten, daaronder begrepen [medeverdachte 2] zelf, en hebben eveneens betrekking op de rol van de aanvrager bij het ten laste van hem bewezenverklaarde feit.
De beoordeling van de herzieningsaanvraag door de Hoge Raad beperkt zich tot de gronden die in de aanvraag worden aangevoerd. Daarbij is nog van belang dat de wet toestaat dat een gewezen verdachte, nadat de Hoge Raad een aanvraag niet-ontvankelijk heeft verklaard of heeft afgewezen, opnieuw een herzieningsaanvraag indient bij de Hoge Raad, mits die aanvraag steunt op andere gronden dan die eerder door de Hoge Raad ontoereikend zijn geoordeeld.
In de bij de aanvraag overgelegde verklaringen en in de aanvraag wordt de omstandigheid dat de aanvrager eerst met zijn verklaring van 5 oktober 2018 is teruggekomen op die eerdere verklaringen, in de kern slechts onderbouwd met de stelling dat de aanvrager pas hierover heeft durven praten naar aanleiding van een televisie-uitzending over de zaak. Hiermee zijn naar het oordeel van de Hoge Raad echter geen toereikende gronden aangedragen die aannemelijk maken waarom de aanvrager op de bekennende verklaringen is teruggekomen. Zonder nadere onderbouwing, die ontbreekt, is de bewering dat de politie hem tijdens de zittingen in hoger beroep in de zaken van de gewezen medeverdachten heeft gezegd dat, als de aanvrager zijn verklaringen zou wijzigen, hij zou worden opgesloten en zijn gezin kapot zou worden gemaakt, bovendien niet geloofwaardig. De bij de aanvraag overlegde verklaringen van de aanvrager bevatten verder geen plausibele uitleg waarom de “20 jaar lang durende gewetenswroeging” hem pas in 2018 aanleiding heeft gegeven tot het terugkomen op de in de strafzaak afgelegde verklaringen.
Een en ander klemt temeer nu in die verklaringen of in de aanvraag niet een reden wordt opgegeven waarom de aanvrager zich niet bereid heeft getoond mee te werken aan het door de ACAS geadviseerde en ten behoeve van de voorbereiding van een herzieningsaanvraag te verrichten onderzoek dat, zoals onder 3.3 (ii) is vermeld, door de rechter-commissaris in de rechtbank Noord-Holland is gedaan.
In hoofdstuk 4 van het hiervoor genoemde boek worden de door de aanvrager tegenover de politie afgelegde verklaringen, mede aan de hand van de beschikbare video-opnamen, geanalyseerd. Met betrekking tot deze en andere bevindingen wordt in het boek opgemerkt: “Alles wat vermeld staat in dit boek, is afkomstig uit het dossier en de opnames van de verhoren, en dat is dus allemaal materiaal dat indertijd ook al bekend was bij de rechter.” De onderdelen van het ACAS-advies waarnaar in de aanvraag wordt verwezen, betreffen een analyse van de verklaringen van de aanvrager die hij tegenover de politie heeft afgelegd, mede aan de hand van de beschikbare video-opnamen, alsook passages over de door [medeverdachte 2] afgelegde verklaringen en de mogelijkheid dat een “prisoners dilemma” heeft bestaan ten aanzien van de door de aanvrager ter terechtzitting in hoger beroep in de zaken van de gewezen medeverdachten afgelegde verklaringen.
7.Beslissing
20 april 2021.