Conclusie
Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden
1.Inleiding
2.De feiten en het geding in feitelijke instanties
f 816.833
€ 1.157.307
3.Het geding in cassatie
4.Bespreking middel 1: (on)afhankelijkheid en (on)partijdigheid van de rechter
5. Tegen de beslissing staat geen rechtsmiddel open.
andereprocedure heeft geoordeeld over één van de voornaamste geschilpunten in onderhavige procedure, daardoor de schijn van vooringenomenheid in deze procedure zou zijn gewekt, terwijl belanghebbendes gebrek aan vertrouwen dienaangaande objectief gerechtvaardigd zou zijn.
5.Bespreking van middel 2: Op de zaak betrekking hebbende stukken
6.Bespreking van middel 3: onbegrijpelijke feitenvaststelling
NJ2003, 124) en dienovereenkomstig hebben gehandeld. Daarbij is van belang wat de werkelijke bedoeling is geweest van de betrokken partijen (belanghebbende, de rederijen en de werknemers), zoals die bedoeling mede kan worden afgeleid uit de naar buiten blijkende omstandigheden van het geval.
. [70]
8.Bespreking van middel 4 tweede onderdeel: hoogte van het resultaat
BNB1986/238, FED 1986/1198);
BNB1963/177, en HR 7 april 1971,
BNB1971/99).
9.Bespreking van middel 5: Omkering en verzwaring van de bewijslast
BNB2002/136 (…)). Ook het niet melden van bepaalde gegevens omdat de belanghebbende deze gegevens niet kent, kan uiteraard niet tot de administratieve sancties leiden (HR 17 april 1991, nr. 26.676,
V-N1991, p. 1565).
10.Bespreking van middel 6: Schending vertrouwensbeginsel
11.Bespreking en beoordeling van middel 7: Boete tot behoud van rechten
12.Bespreking van middel 8: bewijs van beboetbaar feit
13.Bespreking van middel 9: geen opzet
14.Bespreking van middel 10: straftoemeting
binnenhet proces voor de belastingrechter (vermoedelijk omdat de boete destijds (tot 1998) een verhoging van de belastingaanslag was, gevolgd door een kwijtscheldingsbesluit), moet mijns inziens thans gestreefd worden naar zoveel mogelijk rechtseenheid bij de beoordeling van punitieve sancties die onder art. 6 EVRM Pro vallen, ongeacht of zij door de gewone strafrechter, de fiscale bestuursrechter of de niet-fiscale bestuursrechter worden beoordeeld.
eveneenstot het wettelijk maximum verhogen indien het gevolg van het te beboeten gedrag is dat de belasting die te weinig is of zou zijn geheven dan wel betaald verhoudingsgewijs omvangrijk is. [216]
15.Hersteluitspraak en kennelijke fout
€ 816.833
NTFR2013/2454 geannoteerd:
BNB2014/10:
V-Nannoteerde in
V-N2013/61.4:
endie zich ook voor eenvoudig herstel lenen. (…) Het in art. 31 Rv Pro gestelde vereist dat de fout voor eenvoudig herstel vatbaar moet zijn, impliceert dat geen discussie mogelijk moet zijn over hetgeen waarop in de uitspraak werd gedoeld. Hier spelen de ‘derden’ een rol, van wie (…) al werd gezegd dat zij in dit kader in het parlementaire debat zijn genoemd. Als partijen van mening verschillen over de verzochte verbetering, kan de rechter enkel tot verbetering overgaan als redelijkerwijs uit de tekst van de uitspraak, de motivering en het dictum, tegen de achtergrond van de stellingen van partijen (zoals door de rechter begrepen) kan worden afgeleid – en dus ook in die zin voor derden duidelijk is – dat sprake is van een kennelijke fout en hoe de uitspraak te dien aanzien moet worden verbeterd. (…)
f) vermeld, terwijl deze bedragen in euro’s (€) dienden te luiden. In onderdeel 1.1 en 1.5 van de uitspraak heeft het Hof wel het juiste valutateken, de €, gehanteerd.