ECLI:NL:HR:2010:BO5989
Hoge Raad
- Cassatie
- J.W. van den Berge
- C. Schaap
- J.W.M. Tijnagel
- M.W.C. Feteris
- R.J. Koopman
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt uitspraak Hof over kwade trouw en vergrijpboete in belastingaanslag 2003
Belanghebbende kreeg voor het jaar 2003 een navorderingsaanslag inkomstenbelasting en een boete opgelegd wegens het niet volledig verstrekken van informatie in de aangifte. Na bezwaar en beroep werd de aanslag en boete door de Rechtbank Haarlem en het Hof Amsterdam gehandhaafd. Belanghebbende stelde vervolgens beroep in cassatie in bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad oordeelde dat het Hof een onjuiste maatstaf hanteerde bij de beoordeling van kwade trouw. Het Hof had onvoldoende vastgesteld of belanghebbende bewust was van de onjuistheid of onvolledigheid van zijn aangifte ten tijde van het doen daarvan. De Hoge Raad benadrukte dat kwade trouw alleen kan worden aangenomen als die bewustheid aanwezig was op het moment van de aangifte.
Ook het oordeel van het Hof over de vergrijpboete berustte op een onjuiste rechtsopvatting, omdat ook voor (voorwaardelijk) opzet vereist is dat de bewustheid aanwezig was bij het doen van de aangifte. De zaak werd daarom vernietigd en verwezen naar het Hof te 's-Gravenhage voor hernieuwde behandeling met inachtneming van deze criteria.
De Hoge Raad veroordeelde de Staatssecretaris van Financiën in de kosten van het cassatieproces en gelastte vergoeding van het betaalde griffierecht aan belanghebbende.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt gegrond verklaard, het arrest van het Hof vernietigd en de zaak verwezen voor hernieuwd onderzoek naar kwade trouw en vergrijpboete.