ECLI:NL:HR:1995:AA1597
Hoge Raad
- Cassatie
- Van der Linde
- Bellaart
- C.H.M. Jansen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling inlichtingenplicht en bewijslastomkering bij handel in soft drugs in coffeeshop
Belanghebbende exploiteerde in 1985 samen met anderen een coffeeshop waar ook handel in soft drugs plaatsvond. De Inspecteur legde een aanslag inkomstenbelasting op waarbij een winst uit onderneming van ƒ 57.000,-- werd toegerekend aan belanghebbende, ondanks diens stelling dat de handel voor rekening van een huisdealer was.
Belanghebbende weigerde aanvankelijk de naam van de huisdealer te verstrekken, maar gaf later in de beroepsfase alsnog een verklaring van de huisdealer over. De Inspecteur stelde dat deze weigering een schending van de inlichtingenplicht vormde, waardoor de bewijslast werd omgekeerd en belanghebbende moest aantonen dat de aanslag te hoog was.
Het Hof bevestigde deze uitleg en oordeelde dat de aanslag terecht was vastgesteld. De Hoge Raad oordeelde dat het Hof geen onjuiste rechtsopvatting had en dat het niet voldoen aan de inlichtingenplicht in de beroepsfase niet voldoet aan de wettelijke verplichting. Het cassatieberoep werd verworpen en proceskosten werden niet toegewezen.
Uitkomst: Het cassatieberoep van belanghebbende wordt verworpen en de aanslag inkomstenbelasting wordt bevestigd.