ECLI:NL:HR:2003:AL2119
Hoge Raad
- Cassatie
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- F.W.G.M. van Brunschot
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- J.W. van den Berge
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt toepassing sancties bij niet-verstrekken van inlichtingen in bezwaarfase vennootschapsbelasting
Belanghebbende, X B.V., kreeg voor het jaar 1996 een aanslag vennootschapsbelasting opgelegd van ƒ 620.990. Na bezwaar handhaafde de Inspecteur de aanslag, waarna belanghebbende in beroep ging bij het Gerechtshof Amsterdam. Het Hof verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de Inspecteur en verminderde de aanslag tot een belastbaar bedrag van ƒ 575.671.
Belanghebbende stelde vervolgens beroep in cassatie in tegen deze uitspraak. Het centrale geschil betrof de vraag of het niet verstrekken van inlichtingen die zijn gevraagd ten behoeve van de beslissing op bezwaar, kan leiden tot sancties zoals bedoeld in de artikelen 25, lid 6, en 27e van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR).
De Hoge Raad oordeelde dat ook tijdens de bezwaarfase de inspecteur gerechtigd is gebruik te maken van de mogelijkheden van artikel 47, lid 1, AWR, omdat de gevraagde inlichtingen van belang kunnen zijn voor de belastingheffing. De sancties verbonden aan het niet voldoen aan deze verplichtingen kunnen derhalve ook na oplegging van de aanslag en tijdens de bezwaarfase worden toegepast. Het beroep in cassatie werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en bevestigt dat sancties voor het niet verstrekken van inlichtingen ook tijdens de bezwaarfase kunnen worden toegepast.