ECLI:NL:GHSHE:2012:BY2560
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake fictieve verkoop van oogst op stam en navorderingsaanslag tuinder
Belanghebbende, een tuinder, heeft in 2000 een overeenkomst gesloten met een Poolse vennootschap (J) waarin hij zijn oogst op stam zou verkopen. De Inspecteur stelde dat deze overeenkomst niet de werkelijkheid weerspiegelt en heeft de veilingopbrengst aan belanghebbende toegerekend, met aftrek van loonkosten en contractprijs. Het Hof oordeelt dat belanghebbende het belang bij de oogst heeft behouden en dat de overeenkomst slechts een schijnhandeling is om een daadwerkelijke verkoop te simuleren.
Het Hof stelt vast dat J geen daadwerkelijke economische activiteit ontplooit, geen belastingaangiften doet en dat de Poolse vennootschap slechts formeel koper is. De oogst wordt feitelijk door belanghebbende zelf geoogst, met Poolse arbeiders onder zijn toezicht. De opbrengsten worden via een tussenpersoon (D) afgehandeld, die een marge ontvangt. Het groeirisico berust grotendeels bij belanghebbende, wat ook blijkt uit het afsluiten van hagelverzekeringen tegen veilingwaarde.
De Inspecteur heeft de navorderingsaanslag en een boete van 100% opgelegd wegens opzettelijke onjuiste aangifte. Het Hof acht opzet aannemelijk maar vermindert de boete vanwege overschrijding van de redelijke termijn. Tevens wordt de navorderingsaanslag verminderd tot een belastbaar inkomen van ƒ 84.224 (€ 38.219). Het Hof vernietigt de uitspraak van de Rechtbank en verklaart het hoger beroep gegrond, het incidenteel hoger beroep ongegrond. Verder wordt de Inspecteur veroordeeld in de proceskosten en wordt het onderzoek heropend voor een nadere uitspraak over schadevergoeding wegens termijnoverschrijding.
Uitkomst: De navorderingsaanslag en boete worden verminderd, het hoger beroep wordt gegrond verklaard en het incidenteel hoger beroep ongegrond.