ECLI:NL:HR:2005:AO9013
Hoge Raad
- Cassatie
- A.G. Pos
- L. Monné
- P.J. van Amersfoort
- C.J.J. van Maanen
- C.A. Streefkerk
- Rechtspraak.nl
Verklaringen na navorderingsaanslag niet bruikbaar voor boeteverhoging; gevolgen verlenging navorderingstermijn
Belanghebbende kreeg voor 1986 een aanslag inkomstenbelasting opgelegd, gevolgd door een navorderingsaanslag met een verhoging van 100 procent wegens vermeende kwade trouw. Het hof bevestigde de navorderingsaanslag en vernietigde het kwijtscheldingsbesluit, waarbij het de boete deels kwijtscheldde tot 50 procent.
De Hoge Raad oordeelt dat verklaringen van belanghebbende die na oplegging van de navorderingsaanslag zijn afgelegd, niet als bewijs mogen worden gebruikt voor de boeteverhoging. Het hof gaf onvoldoende inzicht in zijn motivering omtrent het gebruik van deze verklaringen, wat in strijd is met artikel 6 EVRM Pro.
Verder benadrukt de Hoge Raad dat de verlenging van de navorderingstermijn geen verruiming inhoudt van de feiten waarop een boete kan worden gebaseerd, maar slechts van de termijn waarbinnen kan worden nagevorderd. Het incidentele beroep over de overschrijding van de redelijke termijn wordt niet behandeld vanwege de verwijzing.
De zaak wordt terugverwezen naar het hof voor verdere behandeling met inachtneming van dit arrest. De Staatssecretaris van Financiën wordt veroordeeld in de proceskosten van het cassatiegeding.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt verwezen naar het hof te Amsterdam voor verdere behandeling met inachtneming van het arrest.