Conclusie
1.Inleiding
2.Feiten en procesverloop voor zover van belang
3.Bespreking incidentele vordering
Inhoud bijlagen en beroep daarop in het middel
repeat playerer belang bij heeft) dat de regels van de cassatieprocedure op effectieve wijze worden gehandhaafd, wat kan worden bereikt door in een incident te beslissen of stukken ontoelaatbaar zijn en moeten worden verwijderd uit het dossier. De Staat verwijst in dit verband naar de bij de Hoge Raad aanhangige zaak 24/03194, waarin op 18 juli 2025 een conclusie is genomen door het parket. [4]
ex nuncmoet toetsen of sprake is van een reëel risico op een dreigende schending van art. 3 EVRM Pro na uitlevering. [5]
ex nuncmoet plaatsvinden, en (b) omdat op de Hoge Raad uit hoofde van art. 1 EVRM Pro de verplichting rust te waarborgen dat voor eenieder die onder zijn rechtsmacht ressorteert, de rechten onder het EVRM niet “
theoretical or illusory” zijn, maar “
practical and effective”. Volgens [eiseres] staat art. 419 lid 2 Rv Pro er niet aan in de weg dat op de bijlagen acht wordt geslagen bij de beoordeling van het middel vanwege het absolute karakter van art. 3 EVRM Pro en het recht op een daadwerkelijk rechtsmiddel van art. 13 EVRM Pro.
the primary purpose of the ex nunc principle(…)
to serve as a safeguard in cases where a significant amount of time has passed between the adoption of the domestic decision and the consideration of the applicant’s Article 3 complaint by the Court, and therefore where the situation in the receiving State might have developed, that is to say, deteriorated or improved”. [32] Over de
ex nunctoetsing door het EHRM moet dus genuanceerd worden gedacht. Het voorgaande laat echter onverlet dat het EHRM, anders dan de Hoge Raad, een feitenrechter is. Genoemd verschil doet dus niet af aan hetgeen in de conclusie in zaak 24/03194 (onder 3.24) is opgemerkt.