ECLI:NL:HR:2012:BX5882
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Schending van het recht op hoor en wederhoor bij beëindiging schuldsaneringsregeling
In deze zaak ging het om de beëindiging van de toepassing van de schuldsaneringsregeling ten aanzien van verzoekster. De rechtbank had de toepassing beëindigd met verlening van de schone lei, maar het hof vernietigde dit en stelde vast dat verzoekster toerekenbaar tekortgeschoten was in de nakoming van verplichtingen, waardoor de schone lei werd geweigerd.
Verzoekster stelde in cassatie dat het hof het recht op hoor en wederhoor had geschonden door kennis te nemen van het proces-verbaal van de mondelinge behandeling bij de rechtbank, zonder dat partijen daarvan op de hoogte waren of konden reageren. De Hoge Raad stelde vast dat het proces-verbaal door het hof ambtshalve was opgevraagd, maar niet aan partijen was toegezonden.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof het proces-verbaal niet had mogen betrekken zonder partijen de mogelijkheid te geven zich hierover uit te laten, gelet op het fundamentele belang van het recht op hoor en wederhoor. Daarom werd het arrest van het hof vernietigd en verwezen naar een ander gerechtshof voor verdere behandeling.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd wegens schending van het recht op hoor en wederhoor en het geding wordt verwezen naar een ander gerechtshof.