Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Uitgangspunten en feiten
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
2 december 2022.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
In deze zaak vordert Hoch Capital intrekking van een bevel tot conservatoir beslag op een bankrekening, dat was gegeven op verzoek van [verweerster] wegens vermoedelijke oneerlijke handelspraktijken. De voorzieningenrechter en het hof hebben het beslag gehandhaafd. Het hof oordeelde dat ook omstandigheden die zich na het bevel voordeden, zoals geluidsopnamen van telefoongesprekken, meegewogen mogen worden bij de beoordeling van het intrekkingsverzoek.
De Hoge Raad bevestigt dit oordeel en verduidelijkt dat de Europese EAPO-Verordening (EU nr. 655/2014) voorziet in een procedure waarbij rekening gehouden kan worden met nieuwe feiten en omstandigheden die na het geven van het beslagbevel zijn ontstaan. Dit geldt ook voor de beoordeling of de schuldeiser voldoende bewijs heeft geleverd dat zijn vordering waarschijnlijk gegrond is.
De Hoge Raad wijst erop dat de verordening een evenwicht beoogt tussen de belangen van schuldeiser en schuldenaar, en dat het niet aannemelijk is dat een bevel moet worden ingetrokken als het oorspronkelijke bewijs ontoereikend was, maar de vordering inmiddels in de bodemprocedure is toegewezen. De klachten van Hoch Capital worden verworpen en het cassatieberoep wordt afgewezen.
Uitkomst: Het cassatieberoep van Hoch Capital wordt verworpen en het bevel tot conservatoir beslag blijft gehandhaafd.