Uitspraak
wonende te [woonplaats],
gevestigd te Den Helder,
1.Het geding in feitelijke instanties
2.Het geding in cassatie
3.Beoordeling van de middelen
4.Beslissing
26 juni 2015.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
In deze zaak heeft eiser cassatieberoep ingesteld tegen het vonnis van de kantonrechter te Alkmaar en het arrest van het gerechtshof Amsterdam betreffende de vernietigbaarheid van bindend advies op grond van artikel 7:904 lid 1 BW Pro.
De Hoge Raad verwijst naar de eerdere uitspraken in de lagere instanties en constateert dat de door eiser aangevoerde klachten geen aanleiding geven tot cassatie. De stukken die na sluiting van de behandeling zijn ingediend, zijn terzijde gelegd. De conclusie van de Advocaat-Generaal strekte tot niet-ontvankelijkverklaring van eiser voor zover het beroep gericht was tegen het vonnis van de kantonrechter en tot verwerping van het beroep voor het overige.
De Hoge Raad volgt deze conclusie en verwerpt het cassatieberoep. Eiser wordt veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie, welke aan de zijde van Rabobank op nihil zijn begroot. Het arrest is gewezen door raadsheren Van Buchem-Spapens, Snijders en Polak en in het openbaar uitgesproken door raadsheer De Groot.
Uitkomst: Het cassatieberoep van eiser wordt verworpen en hij wordt veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.