Uitspraak
1.Procesverloop
2.Toelaatbaarheid verweerschrift
3.Beslissing
15 november 2024.
Hoge Raad
In deze cassatieprocedure tussen een werknemer en Erasmus Universiteit Rotterdam (EUR) stond de toelaatbaarheid van een na termijn ingediend verweerschrift centraal. EUR had verzocht om verlenging van de termijn voor het indienen van het verweerschrift, maar dit verzoek werd door de rolraadsheer afgewezen omdat het na het verstrijken van de initiële driewekentermijn was ingediend.
EUR voerde aan dat het procesreglement niet duidelijk maakt dat een verzoek om uitstel na de initiële termijn niet in behandeling kan worden genomen en stelde dat bijzondere omstandigheden, zoals het niet ontvangen van de procesinleiding en de feestdagenperiode, een heroverweging rechtvaardigen. De rolraadsheer verwierp deze argumenten en handhaafde de afwijzing.
De Hoge Raad bevestigde dat het verzoek om verlenging tijdig moet worden gedaan en dat EUR geen feiten of omstandigheden had aangevoerd die het onaanvaardbaar maken om het verzoek af te wijzen. Het verweerschrift van EUR werd terzijde gelegd en de Hoge Raad verzocht de Procureur-Generaal een nieuwe conclusie te nemen zonder het verweerschrift mee te wegen. De zaak werd aangehouden voor verdere beslissing.
Uitkomst: Het verzoek tot verlenging van de termijn voor het indienen van het verweerschrift wordt afgewezen en het verweerschrift wordt terzijde gelegd.