ECLI:NL:HR:2000:AA8295
Hoge Raad
- Cassatie
- C.J.G. Bleichrodt
- G.J.M. Corstens
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- J.P. Balkema
- B.C. de Savornin Lohman
- Rechtspraak.nl
Vermindering gevangenisstraf wegens overschrijding redelijke termijn en rechtmatigheid infiltratie
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam waarbij de verdachte was veroordeeld tot een gevangenisstraf van twee jaar en negen maanden voor onder meer medeplegen van een drugsmisdrijf. De verdachte stelde dat de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro was overschreden, hetgeen door de Hoge Raad werd bevestigd. Hierdoor moest de straf worden verminderd.
Daarnaast was er een geschil over de rechtmatigheid van infiltratie en het gebruik van video- en audio-opnamen als bewijs. De verdediging had bezwaar gemaakt tegen het gebruik van deze opnamen, stellende dat deze onrechtmatig waren verkregen door direct afluisteren zonder wettelijke grondslag. Het hof had dit bezwaar afgewezen en de Hoge Raad bevestigde dat de rechter bevoegd is kennis te nemen van dergelijk bewijs en dit buiten beschouwing te laten indien nodig.
De Hoge Raad oordeelde dat de infiltratie en het bewijs niet in strijd waren met het recht op privacy (artikel 8 EVRM Pro) en het recht op een eerlijk proces (artikel 6 EVRM Pro). De verdachte had zich immers vrijwillig en bewust geprofileerd tegenover undercover-agenten. Het beroep van de Procureur-Generaal werd verworpen omdat het voorwaardelijk was ingesteld en niet van toepassing bleek.
De Hoge Raad vernietigde het arrest van het hof uitsluitend voor wat betreft de strafoplegging vanwege de overschrijding van de redelijke termijn en verminderde de straf tot twee jaar en zeven maanden. Voor het overige werd het beroep van de verdachte verworpen.
Uitkomst: De gevangenisstraf werd verminderd tot twee jaar en zeven maanden wegens overschrijding van de redelijke termijn; het overige beroep werd verworpen.