In deze zaak staat centraal de uitleg van een koopovereenkomst betreffende een monumentaal pand in Amsterdam, waarbij de vraag speelt of Valerbosch heeft gegarandeerd dat het pand opnieuw met palen is onderheid. De verweerder vordert betaling van een boete en schadevergoeding omdat het pand niet aan deze garantie zou voldoen.
De rechtbank kende een schadevergoeding toe, deels verminderd met een bankgarantie, en wees overige vorderingen af. Het hof vernietigde delen van de vonnissen en stelde een nader bij staat op te maken schadevergoeding toe. Het tussenarrest van het hof vermeldde dat het arrest was gewezen op 18 februari 2016, dezelfde dag als het pleidooi, terwijl een van de raadsheren, mr. A. Bockwinkel, op 1 april 2016 was gedefungeerd.
De Hoge Raad stelt dat een arrest pas is gewezen wanneer alle rechters de volledige tekst hebben vastgesteld. Er bestaat twijfel of dit op 18 februari 2016 al het geval was, mede omdat het arrest werd uitgesproken voordat de Hoge Raad de precieze betekenis van 'wijzen' had vastgesteld in eerdere arresten. Daarom verzoekt de Hoge Raad het hof om binnen vier weken opheldering te geven over de datum en wijze van vaststelling van de volledige tekst van het arrest.
De behandeling van het middel over het bewijsvermoeden betreffende de uitleg van de koopovereenkomst wordt aangehouden totdat deze informatie is ontvangen. De Hoge Raad houdt iedere verdere beslissing aan en verwijst naar eerdere jurisprudentie over het begrip 'wijzen' en het bewijsvermoeden.