Conclusie
Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden
1.Inleiding
2.De feiten en het geding in feitelijke instanties
ƒ 4.380
€ 2.400
3.Het geding in cassatie
4.Bespreking middel 1: (on)afhankelijkheid en (on)partijdigheid van de rechter
5. Tegen de beslissing staat geen rechtsmiddel open.
andereprocedure heeft geoordeeld over één van de voornaamste geschilpunten in onderhavige procedure, daardoor de schijn van vooringenomenheid in deze procedure zou zijn gewekt, terwijl belanghebbendes gebrek aan vertrouwen dienaangaande objectief gerechtvaardigd zou zijn.
5.Bespreking van middel 2: schijnhandeling
kanvolgen
. [45]
BNB2006/285 [49] , dat het Hof niet heeft onderzocht of de door het Hof redengevend geoordeelde omstandigheden voor zijn oordeel dat tussen belanghebbende en [H]/[I] geen overeenkomsten van koop en verkoop zijn gesloten, verenigbaar zijn met een daadwerkelijke uitvoering van de overeenkomsten. Hoewel het middelonderdeel deze klacht (mede) benoemt als een rechtsklacht, is hier naar mijn mening sprake van een zuivere motiveringsklacht. Deze faalt eveneens om de hierboven reeds genoemde redenen.
6.Bespreking van middel 3: geen bewijs
BNB1986/238, FED 1986/1198);
BNB1963/177, en HR 7 april 1971,
BNB1971/99).
7.Bespreking van middel 4: Omvang van de rechtsstrijd/verdedigingsbeginsel
8.Bespreking van middel 5: Omkering en verzwaring van de bewijslast
BNB2002/136 (…)). Ook het niet melden van bepaalde gegevens omdat de belanghebbende deze gegevens niet kent, kan uiteraard niet tot de administratieve sancties leiden (HR 17 april 1991, nr. 26.676,
V-N1991, p. 1565).
9.Besprekingvanmiddel6:redelijkeschatting
10.Bespreking van middel 7: kwade trouw
12.Bespreking van middel 9: boete en omkering en verzwaring van de bewijslast
BNB2008/165 geoordeeld dat de rechter moet beoordelen of een boete gelet op de omstandigheden van het geval passend en geboden is en dat onder deze omstandigheden ook behoort de wijze waarop de aanslag is komen vast te staan zoals de omkering van de bewijslast. (…)
BNB2008/165, r.o. 3.6.8). Uit 's Hofs uitspraak blijkt niet of het Hof met deze omstandigheid rekening heeft gehouden.
Bespreking van middel 10 onderdeel a. Is de oplegging c.q. handhaving van de boete op 100% voldoende gemotiveerd te achten?
BNB2011/206 dat als uitgangspunt geldt dat aan een belanghebbende geen boete kan worden opgelegd ter zake van een beboetbaar feit waaromtrent bewijs ontbreekt dat hij dit heeft gepleegd én dat op de inspecteur in het kader van de beboeting de last rust te bewijzen dat de belanghebbende een onjuiste aangifte heeft gedaan. In dit arrest maakt uw Raad een duidelijk onderscheid tussen de eisen die voor de belastingheffing en voor de beboeting aan het bewijs behoren te worden gesteld.
BNB2011/206 oordeelde uw Raad dat de inspecteur voor het bewijs voor de beboeting gebruik mag maken van vermoedens mits de vermoedens redelijkerwijs voortvloeien uit de aanwezige bewijsmiddelen. Uw Raad heeft deze leer nogmaals bevestigd in het arrest van 25 november 2011,
BNB2012/28.