ECLI:NL:HR:2002:AF2262
Hoge Raad
- Cassatie
- G.J. Zuurmond
- F.W.G.M. van Brunschot
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt kwade trouw bij onjuiste belastingaangifte en navordering
Belanghebbende deed aangifte over 1992 met een negatief belastbaar bedrag, waarbij een schuld aan het Productschap voor Vee en Vlees (PVV) was verwerkt. De dochtermaatschappij van belanghebbende had een landbouwheffing opgelegd gekregen, waartegen bezwaar was gemaakt. Na beëindiging van de bedrijfsactiviteiten en overdracht van aandelen aan een zustermaatschappij werd de fiscale eenheid verbroken.
De Inspecteur legde een navorderingsaanslag op wegens het niet melden van de verkoop van aandelen van de dochtermaatschappij met een negatief vermogen. Het Hof oordeelde dat belanghebbende te kwader trouw handelde door deze informatie te verzwijgen, waardoor de aanslag terecht was opgelegd en de verhoging moest worden verminderd tot nihil.
Belanghebbende stelde cassatie in tegen dit oordeel, maar de Hoge Raad bevestigde het oordeel van het Hof. De Hoge Raad overwoog dat het opzettelijk verstrekken van onjuiste informatie aan de Inspecteur kwalificeert als kwade trouw, ook als het feit van de aandelenverkoop bekend had kunnen zijn. De middelen tot cassatie werden verworpen, en het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en het oordeel van kwade trouw wordt bevestigd.