Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
De gevolgde procedure
- 20 maart 2018
- 22 maart 2018
- 26 juni 2018
- 3 juli 2018
- 29 maart 2019
- 16 april 2019
- 30 april 2019
- 3 juni 2019
- 4 maart 2020
- 11 maart 2020
- 19 augustus 2020
- 30 november 2020
- 18 februari 2021
- 9 maart 2021
- 27 mei 2021
- 22 juli 2021
- 6 februari 2018
- 21 september 2020.
Bespreking verzoek om vergoeding immateriële schade, proceskostenvergoeding en griffierechten
- verklaart het beroep in de zaken AWB 18/3183, 19/1482, 19/4623 en 20/2817 ongegrond;
- verklaart het beroep in zaken AWB 18/2799, 20/2818, 20/6470 en 20/6474 gegrond;
- vernietigt de uitspraken op bezwaar in de zaken AWB 18/2799, 20/2818, 20/6470 en 20/6474;
- stelt de teruggaaf bpm vast op € 13 (AWB 18/2799) en € 2 (AWB 20/2818).
- bepaalt dat de rechtsgevolgen van de vernietigde uitspraken op bezwaar in de zaken AWB 20/6470 en 20/6474
- in stand blijven wat betreft het horen in bezwaar en dat deze uitspraak voor het overige in de plaats komt van de vernietigde uitspraken op bezwaar;
- veroordeelt de inspecteur tot vergoeding van immateriële schade tot een bedrag van € 4.000;
- veroordeelt de inspecteur tot vergoeding van de proceskosten tot een bedrag van € 400;
- bepaalt dat de inspecteur de griffierechten tot een bedrag van € 2.782 vergoedt;
- bepaalt dat de immateriële schadevergoeding, de proceskostenvergoeding en de te betalen griffierechten worden vermeerderd met de wettelijke rente vanaf vier weken na de dagtekening van deze uitspraak tot aan de dag van de algehele voldoening.