Conclusie
1.Inleiding
2.Waarover gaat deze zaak?
3.Opsporingsonderzoek
4.De uitspraak waarvan herziening wordt aangevraagd
5.Eerdere herzieningsaanvragen
6.Verzoeken tot nader onderzoek ex art. 461, eerste lid, Sv
7.De herzieningsaanvraag
- i) met betrekking tot de kennis en ervaring van de deskundige op het aan de orde zijnde vakgebied:
- - de door de deskundige gevolgde opleidingen, met vermelding van de specifieke vakgebieden waarin de deskundige is opgeleid;
- - de functies waarin de deskundige werkervaring heeft opgedaan;
- - een lijst van eventuele publicaties van de hand van de deskundige;
- - de eventuele opname van de deskundige in het Nederlands Register Gerechtelijk Deskundigen, en/of andere registraties of referenties waaruit kan worden afgeleid dat de vakkennis of ervaring van de deskundige voldoet aan de voor het desbetreffende vakgebied geldende maatstaven;
- ii) met betrekking tot de weergave en de onderbouwing van het inzicht van de deskundige op het aan de orde zijnde vakgebied:
- - de voorgelegde vraagstelling en de ter beschikking gestelde stukken en/of gegevens;
- - de door de deskundige gehanteerde onderzoeksmethode en de betrouwbaarheid daarvan, alsmede een inschatting van de mate van zekerheid waarmee de deskundige zijn conclusies heeft getrokken en/of de aan de uitkomsten van zijn onderzoek verbonden foutmarge;
- - de vraag in hoeverre het inzicht van de deskundige wordt ondersteund door dat van andere deskundigen;
- - de bronnen waarop het inzicht van de deskundige berust, daaronder begrepen de gebruikte literatuur en de geconsulteerde personen;
- iii) met betrekking tot de onderbouwing van de ‘nieuwheid’ van het inzicht van de deskundige:
- - de vraag in hoeverre het inzicht van de deskundige steunt op hetzij (a) ten tijde van het onderzoek ter terechtzitting nog onbekende wetenschappelijke ontdekkingen of inzichten, hetzij (b) een beoordeling van ten tijde van het onderzoek ter terechtzitting nog onbekende feiten of omstandigheden, hetzij (c) een ander deskundig oordeel omtrent de weging en betekenis van ten tijde van het onderzoek ter terechtzitting reeds bestaande wetenschappelijke inzichten, toegepast op ten tijde van dat onderzoek ter terechtzitting reeds bekende feiten en omstandigheden;
- - de vraag hoe het inzicht van de deskundige zich verhoudt tot eerdere inzichten van diezelfde en/of andere deskundigen zoals die uit het aan de uitspraak ten grondslag liggende dossier naar voren komen.”
8.De conclusies van de ACAS nader beschouwd
Afronding
“Elke keer als je liegt mag ik (er) dan een vinger afhakken of niet? Dan rook je straks niet meer hoor, hé. Dan rook je straks niet meer hoor.”
(“Gelul! Echt gelul!”) en op de tafel slaat. Hij zegt tegen [medeveroordeelde 6] dat [medeveroordeelde 6] hem zit op te naaien en dat hij weet dat [medeveroordeelde 6] daar op 2 september is geweest. Hij houdt [medeveroordeelde 6] voor dat [medeveroordeelde 2] zegt dat [medeveroordeelde 6] daar op 2 september is geweest, dat [medeveroordeelde 6] op de uitkijk heeft gestaan en [medeveroordeelde 6] erbij was. Ook meldt [verbalisant 22] dat [aanvrager] zegt dat [medeveroordeelde 6] daar op 2 september geweest is.
“Jij! Bent! Er! Bij!”. [medeveroordeelde 6] ontkent dat hij daar geweest is. [verbalisant 22] buigt over [medeveroordeelde 6] heen, slaat op tafel en zegt:
“Aan de [a-straat] ! Je bent bij dat huis geweest waar die mevrouw vermoord is! Of niet?”[medeveroordeelde 6] ontkent wederom dat hij daar geweest is. [verbalisant 22] houdt [medeveroordeelde 6] voor dat hij in de auto heeft zitten wachten
(“De rol die jij zogenaamd niet wil doen.”). [medeveroordeelde 6] zegt dat dit niet zo is en het hem niks lijkt. [verbalisant 22] zegt dat [medeveroordeelde 6] dit wel gedaan heeft en vraagt of [medeveroordeelde 6] wel eens de foto heeft gezien van de vent die het gedaan heeft en hoe lang [medeveroordeelde 6] zijn baard al heeft;
“misschien ben jij wel degene die de moordenaar is. Je bent daar toch ook geweest!” (…) “Nou, haal die baard er maar eens af, je lijkt er toch perfect op, of niet?”. Ook zegt [verbalisant 22] dat [medeveroordeelde 6] buiten heeft staan wachten. [medeveroordeelde 6] ontkent dat hij de schutter is geweest en dat hij daar geweest is. [verbalisant 22] zegt dat het aan [medeveroordeelde 6] is om te bewijzen dat hij er op dat moment niet was en dat hij denkt dat [medeveroordeelde 6] dat niet redt. [verbalisant 22] houdt [medeveroordeelde 6] voor dat [medeveroordeelde 6] op 2 september een paar keer getankt heeft en dat dat allemaal klopt en dat hij de anderen niet op een leugen kan betrappen. [medeveroordeelde 6] herhaalt dat hij niks weet en dat hij daar niet is geweest. [verbalisant 22] zegt dat [medeveroordeelde 6] er wel is geweest;
“je was toch ook een van de chauffeurs, of niet?”. [verbalisant 22] noemt daarbij de namen van [medeveroordeelde 2] , [betrokkene 1] en [aanvrager] . Veel geschreeuw over en weer over de vraag of [medeveroordeelde 6] daar op 2 september is geweest. [medeveroordeelde 6] blijft ontkennen dat hij daar geweest is. [verbalisant 22] zegt:
“Jawel, jij was daar. 2 september, woensdag 2 september, ben jij daar geweest. Jij weet exact wat daar gebeurd is. Ja? Maar jouw rol, jouw rol is misschien maar heel klein geweest, hè? Misschien ben jij wel niet de moordenaar, ja? Misschien ben jij wel helemaal niet de moordenaar! Is het dan niet belangrijk dat jij mij precies vertelt wat er gebeurd is, als jij niet de moordenaar bent? Want wie krijgt de zwaarste straf? Wie krijgt de zwaarste straf? [medeveroordeelde 6] , wie krijgt de zwaarste straf?”. Als [verbalisant 22] wederom vraagt wie de zwaarste straf krijgt, antwoordt [medeveroordeelde 6] : “ [medeveroordeelde 1] en [aanvrager] hebben eh villa gedaan.” [verbalisant 22] voegt toe dat [medeveroordeelde 6] op de uitkijk heeft gestaan en verhoorder [verbalisant 21] zegt dat [betrokkene 1] erbij was. [medeveroordeelde 6] zegt weer dat hij helemaal niks van de zaak weet. Verhoorder [verbalisant 22] herhaalt dat [medeveroordeelde 6] er wel bij geweest is en dat dat op papier staat en dat dat niet zomaar wordt verteld. De verhoorders wijzen [medeveroordeelde 6] er meermaals op dat hij maar zit te denken en dat hij dat niet moet doen maar dat hij moet praten. Ze willen weten welke rol hij gespeeld heeft. [verbalisant 22] houdt [medeveroordeelde 6] wederom voor dat anderen zeggen dat [medeveroordeelde 6] daar geweest is en dat [medeveroordeelde 6] en de anderen niet in café [B] zaten. Ook waarschuwen de verhoorders dat anderen kunnen gaan verklaren dat [medeveroordeelde 6] binnen is geweest. Vanaf dit moment stopt [medeveroordeelde 6] met ontkennen dat hij daar op 2 september is geweest en hij van niets weet. [medeveroordeelde 6] zegt dat hij alleen chauffeur was en “hun” te hebben achtergelaten en daar is blijven staan en dat “hun” gezegd hebben dat zij over een half uur/drie kwartier terug zouden komen. [medeveroordeelde 6] zegt dat hij met “hun” [aanvrager] en [medeveroordeelde 1] bedoeld. Ook zegt hij dat hij niet weet wat “hun” binnen hebben gedaan. Henk zegt “s avonds” en [medeveroordeelde 6] bevestigt dat.
“Blauw is goed. Ik zal je helpen.”). Tevens deelt [verbalisant 18] mee dat de woning een oprit heeft.
Convicting the Innocent: Where criminal prosecutions Go Wrong, Cambridge, Massachusetts: Harvard University Press 2011. In dit boek analyseert Garrett de eerste 250 gerechtelijke dwalingen die in de V.S. door middel van 'DNA-exonerations' zijn blootgelegd. Hij trof in 40 van de 250 zaken gefingeerde bekentenissen aan.
avant la lettre– van het bestaan van die route bewust is geweest. Het hof heeft onderzoek verricht naar de wijze waarop de bekentenissen van [medeveroordeelde 6] en [medeveroordeelde 2] tot stand zijn gekomen en daartoe kennis genomen van de audiovisuele opnamen van de verhoren door de politie en wel – zoals ik eerder stelde – in ruimere mate dan de ACAS veronderstelt. Het kan niet anders dan dat het hof zich daarbij bewust is geweest van de risicofactoren die de kans op een valse bekentenis doen toenemen, zoals de druk waaraan de verdachten zijn blootgesteld, en ook van de wijze van verhoren, waarbij op een aantal punten ‘sturend’ is ondervraagd door de politie en zogenaamde daderinformatie als het ware op voorhand is weggegeven. Ook zal het hof zich er van bewust zijn geweest dat niet van alle verklaringen opnamen zijn gemaakt – met name niet van de bekennende verklaring van [medeveroordeelde 2] , die hij ter gelegenheid van zijn 15e verhoor als verdachte op 13 april 1999 in Velp heeft afgelegd. Daarenboven hebben het hof en de verdediging [medeveroordeelde 6] en [medeveroordeelde 2] ook nog uitgebreid ondervraagd over de totstandkoming van hun verklaringen en met name [medeveroordeelde 6] geconfronteerd met een aantal inconsistenties. Niettemin heeft het hof de verklaringen van [medeveroordeelde 6] en [medeveroordeelde 2] betrouwbaar geacht.
9.Zes ankerpunten
10.Een onveilige veroordeling?
11.Beoordeling van de aanvraag
an sichals novum aangemerkt maar was een ander nieuw gegeven, te weten een nieuw deskundigenrapport de aanleiding voor het gegrond verklaren van de herzieningsaanvraag.