Conclusie
III Beschrijving van de zaak
IV De aanvraag
V Bewezenverklaring en bewijsconstructie
VIII ‘Novum 1’ verklaring van de getuige [betrokkene 1] op 22 april 2013
IX Beoordeling van ‘novum 1’ in verhouding tot de bewijsconstructie
nietherroepen dat deze – al dan niet impliciete – bekentenis van aanvrager voor hem toentertijd de aanleiding vormde uit gewetensnood de politie te informeren. Integendeel, dat heeft hij tegenover Van Koppen nogmaals bevestigd. Hij is ook gebleven bij de overige inhoud van zijn eerdere verklaringen, namelijk dat aanvrager hem gevraagd heeft tegen betaling een onware toedracht van de gebeurtenissen die zich in de nacht van 11 op 12 december 1996 hebben afgespeeld in scene te zetten. [16]
- de vraagtekens omtrent de rit van aanvrager naar Niezijl in de avond van 11 december 1996 en de wijze waarop hij zich lijkt te hebben verzekerd van bewijs dat hij daar geweest is, geven het hof voeding aan de gedachte dat hij zich hiermee een alibi heeft willen verschaffen en daartoe tijdsverloop heeft gecreëerd;
- deze gedachte wordt volgens het hof versterkt door zijn gedrag bij en in de brandende woning, die bij het hof vragen oproept zoals waarom hij niet meteen naar binnen is gegaan en zich er niet om heeft bekommerd waar zijn vrouw was, toen hij de woning binnenging;
- de omstandigheid dat aanvrager in de loop der jaren niet consistent heeft verklaard over zijn eigen lezing van de gebeurtenissen en meerder keren anderen heeft aangewezen die (mogelijk) verantwoordelijk waren voor de dood van zijn vrouw en de brandstichting
X Beoordeling van ‘novum 2’ in verhouding tot de bewijsconstructie
- dat het enigszins bevreemdt dat aanvrager nog dezelfde avond een bezoek aan [betrokkene 15] in Niezijl te brengen, nu daarvoor geen dringende aanleiding bestond, zonder dat deze telefonisch contact met [betrokkene 15] heeft opgenomen;
- dat het opmerkelijk is dat aanvrager, als rayonvertegenwoordiger veelvuldig op pad in de noordelijke provincies, de weg niet wist, verkeerd is gereden en in plaats van bijvoorbeeld [betrokkene 15] te bellen de weg heeft gevraagd in een cafetaria;
- dat merkwaardig is dat aanvrager, nadat deze [betrokkene 15] niet aantrof, in afwachting van diens thuiskomst ruim anderhalf uur heeft doorgebracht in Niezijl.
kunnenzijn, dan nog brengt dat niet mee dat uit die vaststelling afgeleid kan worden dat de verklaringen van aanvrager dienaangaande ook inderdaad op waarheid berusten. Zo blijft de mogelijkheid bestaan dat aanvrager nadat hij enige tijd in Niezijl is geweest, eerder dan hij heeft verklaard naar zijn huis in Hoogezand is teruggereden. Ook de verklaring dat aanvrager tot twee keer toe voor de open brug bij Zuidhorn heeft gestaan hoeft niet op waarheid te berusten, bijvoorbeeld omdat aanvrager uit ervaring als rayonvertegenwoordiger weet dat die brug geregeld open staat en in dat verband om zijn alibi te versterken heeft gezegd dat hij twee maal voor die brug heeft gestaan. Maar het kan ook zijn dat hij nadat hij voor de tweede keer voor de open brug bij Zuidhorn heeft gestaan, direct en zonder te wachten of eerst weer terug te rijden naar Niezijl, naar huis is gereden. Al die mogelijkheden zijn niet onverenigbaar met de vaststelling van het hof dat aanvrager tijd en gelegenheid heeft gehad de feiten te plegen.