Uitspraak
29 juni 2007, nummer 20/000104-05, gewezen in de strafzaak tegen:
1.Waar het in deze zaak over gaat
2.Procesverloop
3.Nadere beoordeling van de aanvraag
4.Beslissing
13 oktober 2020.
Hoge Raad
Deze strafzaak betreft de Rosmalense flatmoord waarbij de verdachte werd veroordeeld voor doodslag op zijn partner door haar keel door te snijden met een mes. Het arrest van het hof uit 2007 was in kracht van gewijsde.
Naar aanleiding van een aanvraag tot herziening door de advocaat-generaal heeft de Hoge Raad in een tussenarrest uit 2018 geoordeeld dat deskundigen zich moesten uitlaten over nieuwe rapporten en dat nader onderzoek naar waandenkbeelden van het slachtoffer noodzakelijk was. De advocaat-generaal heeft vervolgens aanvullend onderzoek verricht en verslag gedaan.
De Hoge Raad oordeelt dat de nieuwe gegevens, waaronder mededelingen van de huisarts, deskundigenrapportages over bloedspoorpatronen en forensisch-geneeskundige rapportages over de verwondingen van het slachtoffer, tezamen en in onderling verband beschouwd, als nieuwe feiten in de zin van artikel 457 lid 1 onder Pro c Sv moeten worden aangemerkt.
De Hoge Raad verklaart de aanvraag tot herziening gegrond, beveelt opschorting van de tenuitvoerlegging van het arrest voor zover nodig en verwijst de zaak naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden voor hernieuwde berechting en afdoening volgens artikel 472 lid 2 Sv Pro. Dit kan leiden tot handhaving, vernietiging of een nieuwe strafoplegging.
De uitspraak is gedaan door de vice-president en vier raadsheren tijdens een openbare terechtzitting op 13 oktober 2020.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de aanvraag tot herziening gegrond en verwijst de zaak naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden voor hernieuwde berechting.