Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.Het verloop van de procedure
- de dagvaarding;
- de conclusie van antwoord;
- de conclusie van repliek;
- de conclusie van dupliek.
2.Het geschil
wellicht aanknopingspunten.(…)”
“(…)dat als je erover gaat nadenken, je onvermijdelijk uitkomt bij beschuldigingen in de richting van [eiseres] .”
3.De beoordeling
“Maar hoe geloofwaardig is eigenlijk haar(dat van [eiseres] , de rechtbank)
verhaal dat een onbekende man heeft geschoten, waarbij zij er wonder boven wonder met een schampschot vanaf is gekomen? Hoe zeker weten we eigenlijk dat er op [eiseres] is geschoten?”En voorts uit het feit dat [gedaagde] op pagina 244 en 245 van het boek een relaas geeft van de diverse medische onderzoeken (als hierboven geciteerd) van [eiseres] vlak na het misdrijf, hetgeen voor hem aanleiding is om dat te doen volgen door de volgende tekst:
“Deze medische informatie roept vragen op.”en
“Maar deze informatie roept de vraag op of [eiseres] eigenlijk überhaupt wel beschoten is.”en “
Voor zelfs maar het begin van een duidelijk motief is dat alles natuurlijk te weinig. Maar onderzoek naar de vraag of [eiseres] wel beschoten is, is nog steeds mogelijk. De eerste vraag is of [eiseres] wellicht zelf geschoten heeft.”en:
“Allerlei informatie in dit boek komt in een ander licht te staan als we aannemen dat [eiseres] niet beschoten is.”, en
“Maar als [eiseres] niet beschoten is, en zij dus zelf dader of mededader is, wat was dan haar motief.”Vooral door deze laatste zin/vraag op pagina 245 van het boek, in combinatie met het feit dat [gedaagde] , onder verwijzing naar de resultaten van medische onderzoeken van [eiseres] , twijfel uitspreekt over de vraag of [eiseres] is beschoten, gaat de sterke, door [gedaagde] opgewekte, suggestie uit dat [eiseres] niet is beschoten en dús, volgens [gedaagde] op grond van laatstgemeld citaat, zelf (mede)dader is.
“(…)dat als je erover gaat nadenken, je onvermijdelijk uitkomt bij beschuldigingen in de richting van [eiseres] .”Door deze verklaring wordt met zoveel woorden gezegd dat twijfel over de vraag of [eiseres] is beschoten noodzakelijkerwijs leidt tot beschuldigingen aan het adres van [eiseres] .
“Maar onderzoek naar de vraag of [eiseres] wel beschoten is, is nog steeds mogelijk.”
“(…)dat als je erover gaat nadenken, je onvermijdelijk uitkomt bij beschuldigingen in de richting van [eiseres] ”, is door [gedaagde] niet onderbouwd met feiten die hij tijdens die uitzending naar voren heeft gebracht.
904,00(2,0 punten × tarief € 452,00);