Uitspraak
1.De uitspraak waarvan herziening is gevraagd
3.De bewezenverklaring en de bewijsvoering
4.De eerdere herzieningsaanvragen
5.Beoordeling van de aanvraag
6.Slotsom
7.Beslissing
13 januari 2015.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
De zaak betreft een derde aanvraag tot herziening van een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage uit 2000, waarin de aanvrager werd veroordeeld voor medeplegen van het binnenbrengen van circa 474 kilogram cocaïne in Nederland. De aanvraag steunde vooral op een notariële verklaring van een getuige die zou terugkomen op eerdere belastende verklaringen, en op stellingen dat het Openbaar Ministerie niet volledig openheid van zaken heeft gegeven over afspraken met deze getuige.
De Hoge Raad oordeelt dat de notariële verklaring geen opgave van redenen bevat voor het terugkomen op de verklaringen en daarom geen ernstig vermoeden van onjuistheid oplevert. De overige stellingen over tekortschietingen van het Openbaar Ministerie en twijfels over de integriteit van het onderzoek zijn reeds in eerdere herzieningsprocedures beoordeeld en worden onvoldoende onderbouwd met nieuwe feiten of documenten.
De Hoge Raad verwijst naar eerdere arresten waarin soortgelijke argumenten zijn verworpen en benadrukt dat de rechter die de veroordeling heeft uitgesproken bekend was met het dossier. De aanvraag is daarom kennelijk ongegrond en wordt afgewezen. Het arrest is gewezen door vice-president Van Schendel en raadsheer Van de Griend.
Uitkomst: De Hoge Raad wijst het derde herzieningsverzoek af wegens gebrek aan nieuw en overtuigend bewijs.